Wie zich regelmatig door Brussel voortbeweegt, heeft het al den lijve ondervonden: Brussel is (nog) bijlange niet verkeersveilig. Daarom lanceerde Brussels Staatssecretaris voor mobiliteit Bruno De Lille midden december enkele opvallende concepten op een Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid: gedeelde ruimte of shared space, autoluwe zones, gerichte sensibilisering en een kortere roodlichtfase voor voetgangers en fietsers. Staatssecretaris De Lille lanceerde de nieuwe recepten met het oog op een grootse editie van de Staten-Generaal die eind 2010 moet plaatsvinden, zeg maar een Staten-Generaal XL.

‘Op dat moment moeten we samen de koers vastleggen voor een duurzame én veilige mobiliteit in het Brussels Gewest, voor de volgende tien jaar. Want duurzaam is veilig, en veilig is duurzaam. We hebben in het Brussels Gewest nood aan een nieuw soort mobiliteitsdenken.’

‘Brussel moet de ecologische hoofdstad van Europa worden. En in een ecologische hoofdstad maakt verkeersveiligheid deel uit van het DNA van de stad. Leefbaarheid en duurzaamheid staan boven de snelheid en doorstroming van het autoverkeer. Dat betekent echter geen tabula rasa: we bouwen verder en leren uit fouten uit het verleden. Maar we vernieuwen ook en reiken een aantal nieuwe pistes aan.’

Leidraad bij het uitstippelen van een ander mobiliteitsbeleid voor Brussel wordt het STOP-principe. Dat betekent: eerst het Stappen, dan het Trappen, vervolgens Openbaar vervoer en slechts in de laatste plaats het Persoonlijk gemotoriseerd vervoer (de wagen en de motorfiets dus). ‘Dat principe is met zoveel woorden opgenomen in het regeerakkoord’, verklaart De Lille. ‘En het kan ongetwijfeld individuele burgers inspireren.’

Een tweede speerpunt van De Lille’s beleid is samenwerking. Samenwerking met alle actoren: de administratie, de gemeenten, de verenigingen en de burgers. ‘Enkel als iedereen samenwerkt, zullen we het tij kunnen keren’, licht De Lille toe.

Gedeelde ruimte of shared space

De Lille laat onderzoeken of het concept van shared space in Brussel ingang kan vinden. Dat concept betekent dat, waar de verkeerssituatie het toelaat, de wegsignalisatie wordt weggenomen: dus meer kruispunten zonder verkeerslichten en verkeersborden. Resultaat is een open ruimte die gedeeld wordt door alle weggebruikers. Op die manier neemt het veiligheidsgevoel af en rijden bestuurders voorzichtiger. Of anders: liever veiligheid door onzekerheid dan ongelukken door duidelijkheid.

De gedeelde ruimte heeft haar potentieel al bewezen in andere landen, bijvoorbeeld in Nederland. Daar waar het concept werd uitgetest, bleken automobilisten effectief voorzichtiger en daalde het aantal ongevallen aanzienlijk. ‘Absoluut het onderzoeken waard’, aldus nog De Lille. ‘Wanneer op de Staten-Generaal in 2010 blijkt dat het om een interessante piste gaat, zouden we kunnen starten met enkele pilootprojecten op geschikte plaatsen.’

Meer autoluwe zones

‘We moeten ook onderzoeken of we meer autoluwe zones kunnen invoeren, zoals low emission zones, woonerven en voetgangerszones. Dat betekent dat op bepaalde uren geen auto’s meer worden toegelaten in de wijk. Zo willen we de autodruk op bepaalde wijken verminderen. Kinderen zullen meer buiten kunnen spelen in veiligere omstandigheden. Dat zal ervoor zorgen dat mensen met kinderen ook langer in de stad blijven wonen.’

Kortere roodlichtfase

‘We zullen ook bekijken hoe we de wegsignalisatie kunnen verbeteren’, kondigt staatssecretaris De Lille aan. ‘Een kortere roodlichtfase voor voetgangers en fietsers zou toelaten om sneller en veiliger kruispunten over te steken. Deze maatregel leidt immers tot kortere wachttijden en zal het dus aantrekkelijker maken om te wandelen of te fietsen. Verkeerslichten zullen bovendien beter gerespecteerd worden.’

Gerichte sensibiliseringsacties

‘Daarnaast wil ik ook de sensibiliseringsacties in de toekomst meer richten op specifieke doelgroepen. In Brussel zijn 67 procent van de verkeersdoden en zwaargewonden mannen. Jonge mannen tot en met 45 jaar en oudere mannen vanaf 65 jaar zijn het sterkst vertegenwoordigd in de statistieken. Onze acties moeten voortaan meer inspelen op de leefwereld en kenmerken van specifieke doelgroepen. Op die manier zal de effectiviteit van acties gevoelig toenemen.’

De harde realiteit

De nieuwste verkeersveiligheidcijfers voor het Brussels Gewest zijn alarmerend. Terwijl in ons land het aantal verkeersdoden vorig jaar voor het eerst onder de 1.000 dook, steeg het aantal doden in Brussel met 13 procent. ‘Dergelijke cijfers zijn onaanvaardbaar en bewijzen dat het hoog tijd is om de dingen anders aan te pakken’, besluit staatssecretaris De Lille.

Het lijkt alsof het Brussels Gewest de voorbije jaren volledig heeft stilgestaan op het vlak van verkeersveiligheid. De cijfers van de Algemene Directie Statistiek en Economische informatie (ADSEI) tonen aan dat de situatie van de verkeersveiligheid in het Brussels Gewest niet in de goede richting evolueert.

Voor het aantal doden werd in 2008 een stijging van 13 procent ten opzichte van 2007 genoteerd. Dit komt neer op een totaal van 35 doden in 2008. Voor wat het aantal zwaargewonden betreft, wordt wel een daling opgetekend maar presteren we nog altijd niet beter dan aan het einde van de jaren ‘90. Samengevat: een slecht rapport voor het Brusselse Gewest.

Bovendien blijkt uit analyses van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid op basis van cijfers tot en met 2007 dat voetgangers en fietsers oververtegenwoordigd zijn. Maar liefst 40 procent van de zwaargewonden en 32 procent van de verkeersdoden zijn voetgangers. Het aantal slachtoffers onder de fietsers is maar liefst met 40 procent toegenomen. ‘Deze cijfers zijn alarmerend en bewijzen dat de gevoerde aanpak niet de verhoopte vruchten heeft afgeworpen. Ter herinnering: in 2003 stelde de Staten-Generaal zich tot doel het aantal zwaargewonden en doden tegen 2010 met de helft te verminderen. Als we de doelstelling willen verwezenlijken, dan moeten we de dingen nu, vandaag, anders gaan aanpakken.’

Dit artikel verscheen in ‘Ecozine’ maart 2010 | 07