De nieuwste verkeersveiligheidscijfers voor het Brussels Gewest zijn alarmerend: het aantal doden stijgt met 13%. Staatssecretaris De Lille: “Dergelijke cijfers zijn onaanvaardbaar en bewijzen dat het hoog tijd is om de dingen anders aan te pakken. Daarmee beginnen we op 8 december tijdens de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid.”

Slecht rapport voor het Brussels Gewest

Het lijkt alsof het Brussels Gewest de voorbije jaren volledig heeft stilgestaan op het vlak van verkeersveiligheid. De cijfers van de Algemene Directie Statistiek en Economische informatie (ADSEI) tonen aan dat de situatie van de verkeersveiligheid in het Brussels Gewest niet in de goede richting evolueert.

Voor het aantal “doden werd in 2008 een stijging van 13% t.o.v. 2007 genoteerd. Dit komt neer op een totaal van 35 doden in 2008. Voor wat het aantal zwaargewonden betreft, wordt wel een daling opgetekend maar presteren we nog altijd niet beter dan aan het einde van de jaren ’90.

Vooral zwakke weggebruikers het slachtoffer

Bovendien blijkt uit analyses van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid op basis van cijfers tot en met 2007 dat voetgangers en fietsers oververtegenwoordigd zijn. Maar liefst 40% van de zwaargewonden en 32% van de verkeersdoden zijn voetgangers. Het aantal slachtoffers onder de fietsers is maar liefst met 40% toegenomen.

De Lille: tijd voor een nieuwe aanpak

Staatssecretaris De Lille: “Deze cijfers zijn alarmerend en bewijzen dat de gevoerde aanpak niet de verhoopte vruchten heeft afgeworpen. Als we de doelstellingen van de Staten-Generaal willen verwezenlijken, dan moeten we de dingen nu, vandaag, anders gaan aanpakken.” Ter herinnering: in 2003 stelde de Staten-Generaal van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich tot doelstelling het aantal zwaargewonden en doden tegen 2010 met 50% te verminderen.

Op 8 december organiseert Brussels Staatssecretaris Bruno De Lille een nieuwe editie van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid. De Lille: “We moeten de trend keren. Daarom wil ik alle actoren samenbrengen om het gevoerde beleid kritisch te evalueren en aanbevelingen voor de toekomst te formuleren.”