2015 heeft diepe sporen achtergelaten in Molenbeek. In haar nieuwjaarsspeech blikt schepen Annalisa Gadaleta (Groen) terug op het moeilijke voorbije jaar, waarin Molenbekenaars opnieuw op zoek moeten naar warmte en identiteit. Om een oorlog te overwinnen, zijn verzet en inzet noodzakelijk.

Zoals jullie allen weten hebben we hier een moeilijk jaar achter de rug. Het afgelopen jaar werd Molenbeek namelijk gebombardeerd tot hoofdstad van de Jihad en wieg van de terreur. Alles begon begin vorig jaar met de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, nadien werd een terreurcel opgerold in Verviers, in de zomer werd een aanslag verijdeld op de Thalys, en op 13 november eindigde het jaar – waar alles begonnen was – met opnieuw een gruwelijke aanslag in Parijs. Telkens werd op één of andere manier de link gelegd met Molenbeek.

Enkele dagen na de aanslagen in Parijs hebben veel organisaties zich verenigd en het initiatief ‘Molenbeek geeft licht’ gelanceerd. Op woensdag 18 november zijn duizenden mensen samengekomen, om zich te verenigen rond verlichte kaarsen op het Gemeenteplein, om zo de wereld een sterk signaal te geven: het licht van het samenzijn tegen de donkere dagen van angst en geweld.

Er waren veel mensen aanwezig. De dag nadien heb ik me afgevraagd: waar waren de gewone mensen? De buurtbewoners, de winkeliers, de leerkrachten, de mensen van de andere kant van het kanaal. Want, ook al was het initiatief ‘Molenbeek geeft licht’ warm, sterk en zinvol, niet iedereen was er.

De afgelopen weken heb ik gesprekken gehad met mensen die niet aanwezig waren. Er zijn er die niet zijn gekomen uit angst, omdat men – in hun geboorteland, waar geen democratie en vrijheid is – zoiets niet doet. Er zijn er die niet zijn gekomen uit schroom, want wat zouden anderen daarvan kunnen denken? Er zijn er die niet zijn gekomen omdat ze het ondertussen beu zijn om zich telkens te moeten verantwoorden dat ‘moslims’ geweld en terrorisme afkeuren. Nog altijd, na zoveel jaren. Er zijn er die niet zijn gekomen uit moedeloosheid: het zal nooit iets veranderen, wat we ook doen en zeggen. Er zijn er die niet zijn gekomen omdat ze het simpelweg niet begrepen hebben. En er zijn er die niet zijn gekomen omdat ze het niet willen begrijpen.

Maar ik wil ook mijn hand, hart en ziel reiken aan zij die er niet waren: Molenbeek is van ons, deze stad is van ons, dit land is van ons, en we moeten er samen iets van maken.

Beste vriend, medeburger, wees niet bang. Onze democratie is zeker niet perfect, maar garandeert aan ieder van ons het recht op vrije meningsuiting, om op te staan en te betogen, op pers- en godsdienstvrijheid. Geboren uit de miljoenen doden van twee wereldoorlogen, hebben velen voor ons de weg getimmerd naar de huidige vrijheid. Wat de andere van je denken, maakt niet veel uit. Bevrijd je van de sociale controle die een hele buurt op jou kan uitoefenen, wees jezelf met al jouw talenten, jouw vragen, jouw eisen voor rechtvaardigheid en waardigheid.

Het klopt: het valt vandaag niet mee om Moslim te zijn in onze geseculariseerde maatschappij, waar meer welvaart zich niet altijd vertaalt in meer welzijn, waar we bijna vergeten zijn dat gedeelde waarden wél het cement van de samenleving zijn.

Beste vriend, medeburger, Je hebt gelijk, ik zou niet graag in jouw plaats willen zijn. Want een moslim kan vandaag nooit goed genoeg zijn. Of zoals mijn vriendinnen Malika en Aziza me zeiden: we dragen een hoofddoek en zijn daarom te veel moslims voor de enen; terwijl we ook geëngageerde burgers zijn, voorzitster van de ouderraad en lid van de cultuurraad. Wij sturen onze kinderen naar de circus- en muziekschool, wij staan met beide voeten in de maatschappij. En net daarom zijn wij dan weer niet moslim genoeg voor de anderen. Het lijkt nooit goed genoeg.

Beste vriend, beste medeburger, Je bent moe, ik ook. Moe om telkens te moeten uitleggen dat niet alle geboren en getogen Vlamingen racisten zijn. Moe om je telkens te moeten geruststellen en te zeggen dat het ok is, dat je mag zijn wie je bent.

Ik ben moe om telkens mijn woorden te moeten wikken en wegen uit schrik om als rechtse afgeschilderd te worden, moe om niet te mogen zeggen wat mijn vriend Karim een keer tegen me zei: “Mijn vader is naar hier gekomen, hij mocht naar de moskee gaan en zijn lange kleren dragen. Niemand heeft hem dit ooit verboden. Als er mensen zijn die deze vrijheid niet aan iedereen gunnen, dan mogen ze gerust naar hun land van herkomst vertrekken.” Tja, als Karim het zegt, zal het waar zijn, maar als ik iets gelijkaardigs zou zeggen dan doe ik aan discriminatie. En daar word ik ook moe van.

Net zoals ik moe word van het hoofddoekken-debat; sinds wanneer moeten in onze beschaafde samenleving de intelligentie van een vrouw meten aan de hand van het aantal vierkant centimeters stof waarmee ze haar hoofd bedekt?

Als je het nog niet begrepen zou hebben, dan wil ik je het gerust uitleggen. Het zijn turbulente, moeilijke tijden, maar de geschiedenis leert ons dat we onwetendheid, armoede, zelfs oorlog kunnen overwinnen. Helaas gebeurt dat niet vanzelf. Verzet en inzet zijn daarbij absoluut noodzakelijk, en we hebben je inzet en verzet dan ook absoluut nodig.

Als je het niet wil begrijpen, dan is het ook niet te laat. Ik laat je toch niet los, totdat we een gemeenschappelijke weg vinden die naar ons een rechtvaardigere samenleving voor iedereen zal brengen.

Annalisa Gadaleta is Schepen van Leefmilieu, Energie, Duurzame ontwikkeling en Nederlandstalige Aangelegenheden in Molenbeek

© Brussel Deze week 27 januari 2016