Beste Groene en andere vrienden en genodigden,

Allereerst van harte welkom namens Annemie, Elke, Luckas, Bruno, Wim en mijzelf.

Mijn jongste zoon vroeg mij gisteren,
in een zeldzaam moment van politieke belangstelling (of was het examenstress?):
“papa, wat zijn de drie machten in de democratie?”.
Ik kon niet op de derde macht, de rechterlijke macht, komen.
Maar was het niet logischer geweest als ik alleen die had gevonden,
na een jaar van zoveel gerechtelijk nieuws op onze tv-schermen en in de kranten?

En dat juist de wetgevende en de uitvoerende macht in het zwarte gat van hun eigen onmacht waren gevallen.
Eigenlijk vond ik dus maar één kernwoord dat mij 20 seconden opleverde: onmacht.
Die van de politiek die nu al meer dan 200 dagen duurt.

Ik wil er niet te lang bij stil staan, want het is niet erg origineel in een terugblik op 2010.
Het enige dat mij verheugt in dit opzicht is dat België Nederland (208 dagen) heeft verslagen.
Zij het met een triest record.
Ook het Irakese record (248) ligt binnen bereik.
Wie zeurt er nu nog dat België internationaal niet goed scoort?

Beste Groene vrienden,
Aan politiek doe je met mensen.
Groen! is een partij van mede-menselijkheid, en van – laat me maar een oubollig woord gebruiken – warmte.
Het zijn niet Pater Versteylen en Walter Pauli die dat zullen ontkennen.
Voor ons Groenen was 2010 dus niet alleen een jaar van verkiezingen,
spijt (Tinne kwijt), politieke onmacht, frustratie, volwassen worden
en voor vol worden aangezien (bravo Wouter en alle andere onderhandelaars en deskundigen;
bravo Bruno, Annemie en Elke als ik even de Brusseltoets mag doen).
Maar ook het jaar waarin Astrid Van Herpen ons ontviel, nu al bijna een jaar geleden.
Ook voor Ria Kaatee zal 2010 altijd een speciaal jaar blijven.

Gelukkig was er ook goed nieuws.
Brussel kreeg er 9000 inwoners bij.
Waaronder Aiko en Luan, resp. bij Tinne en Tomas en bij Caroline en Romario.
Met zulke namen móet je wel een slimste mens in de partij hebben om te weten wat het geslacht van het kind is.
Maar mooi zijn ze zeker, en welkom, om deze stad nog meer te verrijken, te verjongen, en divers te maken.

We mogen de ogen echter niet sluiten voor de dualisering die met de verjonging van Brussel gepaard gaat.
Om de socioloog Bilal Benayich te citeren in BDW van vorige week:
“…. De sociale ongelijkheid slaat je hier in het gezicht. Een
ongelijkheid die zich …. van langsom meer etnisch begint te uiten.
Potentieel is dat uiterst gevaarlijk: als dit zo verder gaat, als de
armoede binnen bepaalde bevolkingsgroepen onevenredig blijft toenemen,
dan kun je sociale rellen gaan verwachten. Klassenrellen met een etnisch
sausje. Zeker omdat rijk en arm heel dicht bij elkaar leven.”

Ik ga hier nu niet een pasklaar antwoord formuleren op deze
uitdaging, want ik weet dat we veel mensen binnen de partij hebben die
hier, elk op hun eigen manier, over nadenken en mee bezig zijn.
Bijv. een Luckas Vander Taelen in Vorst maar ook een Annalisa Gadaleta in Molenbeek.
Dit debat moeten we blijven voeren, en met oplossingen komen die het etnische, religieuze niveau overstijgen.
Het gaat over normen en waarden maar zeker minstens zo veel over
structurele ongelijkheid en hoe je die met de juiste beleidsmix aanpakt.

Nog een citaat van Benayich – van oorsprong uit Diest –:
“Wat Brussel nog specialer maakt, is het feit dat het de hardware heeft van een provinciestad,
maar de software van een wereldstad. Een wereldstad die,
in tegenstelling tot zoveel andere hoofdsteden in West-Europa,
niet samenvalt met “de natie”.
Iets waarvan Vlamingen en Walen niet weten wat ze er mee moeten:
al wat negatief is, projecteren ze op Brussel:
al het positieve projecteren ze op respectievelijk Vlaanderen of Wallonië.
En dat is natuurlijk klinkklare onzin”.

Van dat problematische, onzinnige uni-dimensionele denken over Brussel
hebben we in de afgelopen periode enkele straffe staaltjes gezien,
waar het ging over de staatshervorming.
Is dat de hardware waar Benayich over spreekt:
hoe Brussel nu in elkaar steekt
en hoe Brussel er na de 6e grote staatshervorming zou moeten uitzien?
Volwaardig gewest of juist niet?
Zelf besturend en bedruipend of onder co-bestuur en aan het financieel infuus?
Tweetalige lijsten of ieder voor zijn eigen sub-nationale electoraat?
De partijen aan de onderhandelingstafel zijn het er niet over eens.
En zelfs rond de Brusselse regeringstafel wordt het regeerakkoord
onder de loep van exegeten gelegd,
alsof er een oud testament en een nieuw testament zijn,
die elkaar tegenspreken.

Ik ken maar één bijbel, die van het regeerakkoord dat zegt dat we van Brussel een EcoCapital gaan maken!

Laten we van de discussies over en in Brussel vooral het positieve onthouden:
er is buiten Brussel meer belangstelling voor Brussel dan ooit
(niet altijd met het gewenste resultaat, maar praten over is beter dan doodzwijgen),
en binnen Brussel praten de 2 grote gemeenschappen constructief met elkaar.
Dat ons parlementslid Annemie Maes voorzitter is geworden van de commissie cultuur
en dus in 2011 gaat inzetten op samenwerking met de commissie cultuur van de Cocof, is veelbelovend.
Dat Ecolo en Groen! als Brusselse partijen (nog niet op één lijst)
samen het goede voorbeeld hebben gegeven met een Brusselnota voor Vande Lanotte stemt mij ook tot fierheid.
Dat hij een aantal punten heeft overgenomen, nog meer.

Om naast het institutionele nog 2 positieve zaken te onthouden van 2010:
het voorlopig rapport van de Zenne-deskundigen die zeggen
dat er geen enkele reden was om het zuiveringsstation eind 2009 volledig stil te leggen,
en het fietsbudget voor 2011 dat voor aanleg van fietsinfrastructuur 11 miljoen euro uittrekt.

U ziet: ik laat 2 ministers die niet van Groen! zijn in de bloemen delen.
Mildheid die met ouderdom komt, is het niet mooi?
We zijn goed bezig, maar met Brussel gaat het slecht.
Mag ik mijn dubbel gevoel zo samenvatten?
Ik denk dat onze staatssecretaris straks een aantal voorbeelden zal kunnen geven van dat “goed bezig zijn”,
bijv. Iris-2. Want ze zijn er, voor wie ze wil zien.

Ik heb zelf al gewezen op de demografische uitdaging als voorbeeld van niet goed genoeg bezig zijn.
Ook onze mislukte aanzet tot interne staatshervorming maakt mij niet blij.
Ik heb op enkele meters van hier uren, dagen, maanden zitten praten met andere “wijzen”
(ik denk dat bewust tussen aanhalingstekens)
om een beter, sterker Brussel voor alle Brusselaars uit te tekenen.
Ik vrees dat de wijzen uit het oosten (en zeker die uit het Noorden)
de verkeerde ster hebben gevolgd en bij een kribbe zijn uitgekomen
waar een heel mager kindje lag.

Hopelijk gaan onze politici – en ik kijk vooral naar onze parlementsleden Elke en Annemie,
maar denk ook aan die van andere partijen –
het kindje dit jaar vet mesten zodat we toch kunnen zeggen
dat we bij machte zijn om intern orde op zaken te stellen.
Brussel moet beter gefinancierd worden, en wel op structurele wijze.
Brussel moet zichzelf ook beter structureren!

Voor mij is dat één van de grote politieke werven van het komend jaar.

En verder?
Federale verkiezingen?
Ik wil er niet aan denken.
Wie wel hier?
Zullen we de blik dan maar vooral scherp stellen op 2012, de volgende gemeenteraadsverkiezingen?

Dat biedt mij de gelegenheid om al onze mandatarissen, gemeenteraads- en ocmw-raadsleden, schepenen,
maar ook de voorzitters en leden van raden van bestuur, regeringscommissarissen
en alle software die bij regeringsdeelname hoort, te bedanken voor hun inzet in 2010.
En met Wim en mij mentaal nu al de switch te maken naar 2012.
We werken niet alleen hard op gewestelijk maar ook op gemeentelijk niveau.
Het wordt vaak niet gezien, maar het mag gezien worden.
Hun goede werk en dat van onze staatssecretaris en parlementsleden moet in 2012 in de 19 gemeentes worden verzilverd.
Of toch zeker in een groot aantal daarvan.

Er rest mij niets meer dan jullie een zeer groen overgangsjaar 2011 te wensen,
en het woord te geven aan onze staatssecretaris Bruno De Lille.

Rik Jellema
Voorzitter Groen! Brussels Hoofdstedelijk Gewest