Beste Brusselse Groenen,

Welkom in Molenbeek, mijn Molenbeek, ons Molenbeek.

Zoals jullie allen weten hebben we hier een moeilijk jaar achter de rug. Het afgelopen jaar werd Molenbeek namelijk gebombardeerd tot hoofdstad van de Jihad en wieg van de terreur. Alles begon begin vorig jaar met de aanslag op  Charlie Hebdo in Parijs, nadien werd een terreurcel opgerold in Verviers, in de zomer werd een aanslag verijdeld op de Thalys, en op 13 november eindigde het jaar – waar alles begonnen was – met opnieuw een gruwelijke aanslag in Parijs. Telkens werd op één of andere manier de link gelegd met Molenbeek.

2015 heeft hier diepe sporen achter gelaten: sporen van geweld, terrorisme en verdeeldheid. Molenbeek was aangeslagen. We moesten weer op zoek naar warmte en een identiteit.

Screenshot_2016-01-19-20-02-08

Schepen Annalisa Gadaleta

Laat me toe om het even te hebben over deze moeizame maar intense zoektocht naar warmte en identiteit .

Enkele dagen na de aanslagen in Parijs, hebben veel organisaties zich verenigd en het initiatief “Molenbeek geeft licht” gelanceerd. Op woensdag 18 november zijn duizenden mensen samengekomen, om zich te verenigen rond verlichte kaarsen op het  gemeenteplein, om zo de wereld een sterk signaal te geven: het licht van het samenzijn tegen de donkere dagen van angst en geweld.

Er waren veel mensen aanwezig:

Er waren kwade mensen, omdat we – afhankelijk van het land, de godsdienst, de huidskleur – het ene slachtoffer meer zouden eren dan het andere.

Er waren ook mensen die angstig waren. Mensen die dachten: het is weer zover, wij ‘moslims’ worden opnieuw geviseerd, wij inwoners van Molenbeek worden opnieuw gestigmatiseerd.

Er waren mensen die de handen uit de mouwen hebben gestoken, kaarsen hebben laten branden, mensen hebben vastgepakt, tranen hebben gedroogd, en woorden van troost hebben uitgesproken.

Er waren mensen die niet goed wisten wat te zeggen, wat te doen.

Er waren mensen die van ver kwamen, om hun steun te betuigen, om ons niet alleen te laten.

Er waren nieuwsgierige mensen, mensen van de politie, mensen van de pers, mensen uit de politiek, grote en kleine mensen.

We waren er, elk van ons met zijn of haar eigen verdriet, zijn of haar eigen vragen, zijn of haar eigen behoefte om iets te doen.

Er waren veel mensen aanwezig, maar niet iedereen was er.

De dag nadien heb ik me afgevraagd: waar de gewone mensen waren? De buurtbewoners, de winkeliers, de leerkrachten, de mensen van over het kanaal.

Want, ook al was het initiatief ‘Molenbeek geeft licht’; warm, sterk en zinvol. Niet iedereen was er. De afgelopen weken heb ik gesprekken gehad met mensen die niet aanwezig waren.

Er zijn er die niet zijn gekomen uit angst, omdat men – in hun geboorteland, waar geen democratie en vrijheid is – men zoiets niet doet.

Er zijn er die niet zijn gekomen uit schroom, want wat zouden anderen daarvan kunnen denken?

Er zijn er die niet zijn gekomen omdat ze het ondertussen beu zijn om zich telkens te moeten verantwoorden dat ‘moslims’ geweld en terrorisme afkeuren. Nog altijd, na zoveel jaren.

Er zijn er die niet zijn gekomen uit moedeloosheid: het zal nooit iets veranderen, wat we ook doen en zeggen, we zullen altijd de “andere” zijn, diegene die niet goed geïntegreerd is, de gast die zich wentelt in het slachtofferrol en niet vooruit wilt.

Er zijn er die niet zijn gekomen omdat ze het simpelweg niet begrepen hebben.

En er zijn er die niet zijn gekomen omdat ze het niet willen begrijpen.

Zeker, wij hier allemaal, wij waren er, maar laat mijn boodschap van vanavond zijn voor degenen die er niet waren en aan ik wie mijn hand, mijn hart en ziel reik en zeg: Molenbeek is van ons, deze stad is van ons, dit land is van ons, en we moeten er samen iets van maken.

Beste vriend, medeburger, wees niet bang.

Onze democratie is zeker niet perfect, maar garandeert aan ieder van ons het recht op vrije meningsuiting, om op te staan en te betogen, op pers- en godsdienstvrijheid. Geboren uit de miljoenen doden van 2 wereldoorlogen, hebben velen voor ons de weg getimmerd naar de huidige vrijheid.

Beste vriend, medeburger,

Wat de andere van je denken, maakt niet veel uit. Bevrijd je van de sociale controle die een hele buurt op jou kan uitoefenen, wees jezelf met al jouw talenten, jouw vragen, jouw eisen voor rechtvaardigheid en waardigheid.

Beste vriend, medeburger, 

Het klopt, het valt vandaag niet mee om Moslim te zijn in onze geseculariseerde maatschappij, waar meer welvaart zich niet altijd vertaald in meer welzijn, waar we bijna vergeten zijn dat gedeelde waarden wél het cement van de samenleving zijn. Waar we vergeten zijn dat we vandaag meer dan ooit de morele plicht hebben om op zoek te gaan naar gemeenschappelijke waarden en nog meer de plicht om deze te vinden.

Beste vriend, medeburger,

Je hebt gelijk, ik zou niet graag in jouw plaats willen zijn. Want een Moslim kan vandaag nooit goed genoeg zijn. Of zoals mijn vriendinnen Malika en Aziza tegen me het zeiden: we dragen een hoofddoek en zijn daarom teveel moslims voor de enen; terwijl we  ook geëngageerde burgers zijn, voorzitster zijn van de ouderraad, lid zijn van de cultuurraad. Wij die onze kinderen sturen naar de  circus- en muziekschool en wij die met beide voeten staan in de maatschappij. En net daarom zijn wij dan weer niet moslim genoeg  voor de anderen. Het lijkt nooit goed genoeg.

Beste vriend en medeburger

Je hebt gelijk; de overheid heeft de voorbije twintig jaren bitter weinig gedaan voor de gematigden, voor degenen die in een harmonieuze samenleving geloven, voor degenen voor wie religie een intieme strijd is om een betere mens te worden en aan een betere samenleving te bouwen. De overheid heeft bitter weinig gedaan om al deze mensen te steunen.

Ik heb gisteren de drie inspecteurs van islam-leerkrachten ontmoet. Ze zijn slechts met drie om al de 700 islam-leerkrachten verspreid over Vlaanderen en  Brussel te ondersteunen.

En ja ze zijn bereid om mee te werken, na te denken, projecten op te starten maar ze zijn maar met drie. Dat is tien keer minder dan de inspecteurs voor de leerkrachten van katholieke godsdienst. Aan wie we, geef het maar toe, ook minder engagement vragen.

En ja het klopt dat, als we een wandeling voor de nieuwe leerkrachten in Molenbeek organiseren, er nauwelijks personen  met andere kleur, accent, naam of achtergrond aan deelnemen. Het klopt dat in veel organisaties de hoogste functies nog steeds bekleed worden door blanke middenklassers, terwijl zo goed als al het poetspersoneel van een andere origine is.

Beste vriend, beste medeburger,

Je bent moe, ik ook. Moe om telkens te moeten uitleggen dat niet alle geboren en getogen Vlamingen racisten zijn. Moe om je telkens te moeten geruststellen en te zeggen dat het ok is, dat je mag zijn wie je bent.

Ik ben moe om telkens mijn woorden te moeten wikken en wegen uit schrik om als rechtse afgeschilderd te worden, moe om niet te mogen zeggen wat mijn vriend Karim een keer tegen me zei : “mijn vader is naar hier gekomen, hij mocht naar de moskee gaan en zijn lange kleren dragen. Niemand heeft hem dit ooit verboden. Als er mensen zijn die deze vrijheid niet aan iedereen gunnen, dan mogen ze gerust naar hun land van herkomst vertrekken.” Tja, als Karim het zegt, zal het waar zijn, maar als ik iets gelijkaardigs zou zeggen  dan doe ik aan discriminatie. En daar word ik ook moe van.
Net zoals ik moe word van het hoofddoekken-debat; sinds wanneer moeten in onze beschaafde samenleving de intelligentie van een vrouw meten aan de hand van  het aantal vierkant centimeters stof waarmee ze haar hoofd bedekt?

Beste vriend, medeburger,

Als je het nog niet begrepen zou hebben, dan wil ik je het gerust uitleggen. Het zijn turbulente, moeilijke tijden, maar de geschiedenis leert ons dat we onwetendheid, armoede, zelfs oorlog kunnen overwinnen. Helaas gebeurt dat  niet vanzelf. Verzet en inzet zijn daarbij absoluut noodzakelijk, en we hebben je inzet en verzet dan ook absoluut nodig.

Als je het niet wil begrijpen, dan is het ook niet te laat. Ik laat je toch niet los, totdat we een gemeenschappelijke weg vinden die naar ons een rechtvaardigere samenleving voor iedereen zal brengen.

Lieve Brusselse Groenen,

Laat 2016 een bijzonder jaar zijn voor ons.

Laat het een jaar zijn waarin we op zoek gaan naar wat ons bindt en niet naar wat ons scheidt.

Laat het een jaar zijn waarin  we aan politiek doen niet voor onszelf, maar voor Malika. Malika die tegen me zei: “ik wil hier weg, mijn kinderen hebben geen toekomst hier. Laat ons aan politiek doen zodanig dat we binnen 20 jaar, als de kinderen van Malika dokter, advocaat, leerkracht, bakker, fietshersteller zijn geworden, tegen haar kunnen zeggen: zie je wel, we hebben er samen voor gezorgd dat jouw kinderen hun leven hier hebben kunnen opbouwen zoals zij het wensten, met hun talenten, dromen en passies.

Laat het jaar zijn waarop we dijken van moed opwerpen tegen de stormvloeden van angst.

Beste Brusselse groenen,

Ik sluit af door jullie een gezond (want zonder gezondheid valt niet veel te doen, zei mijn overgrootmoeder altijd) en een liefdevol jaar te wensen.

Door onszelf veel geduld te wensen, want de weg die we moeten inslaan niet gemakkelijk en kort is.

Door aan de samenleving veel geborgenheid te wensen, zodanig wie gekwetst is kan genezen, wie moe is kan uitrusten, wie alleen is gezelschap kan vinden.

Mijn allerlaatste woord is een van dankbaarheid, voor jullie allemaal.

Jullie waren er voor me in de moeilijke periodes, jullie waren er om de successen te delen, de mislukkingen goed te praten en jullie waren – en zijn er nog steeds altijd – om me de nodige moed in te fluisteren.

Jullie hebben me nooit losgelaten.

En zo, beste vrienden, laat ons Molenbeek, dit jaar ook niet los.

We hebben ieder van jullie hard nodig, we hebben jullie optimisme, moed en vreugde echt nodig.

Bedankt!