Motie van Ecolo groen Jette, LBJ, MR- Open VLD – gemeenteraad van 29 juni 2016
Goedgekeurd door Ecolo Groen, LBJ, MR Open VLD, PS sp.a en Défi
De gemeenteraad van Jette, met de actuele kennis van het dossier “verbreding van de noordelijke Ring rond Brussel (RO)” door het Vlaams gewest, met name het Strategisch Milieueffectenrapport (S-MER) en de Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse (MKBA), de beslissing van de Vlaamse regering van 25 oktober 2013, bevestigd op 28 maart 2016.
Overwegende :
  • de motie van de gemeenteraad van 22.10.2008, waarbij de gemeente Jette aan het Vlaams gewest vraagt om – ingevolge het openbaar onderzoek inzake de effectenstudie over een verbreding van de Ring – ook meerdere aspecten te bestuderen die de Jetse bevolking aangaan (gevolgen voor de mobiliteit, de luchtkwaliteit, het geluid, afwatering van de oppervlaktewateren,…);
  • het groene netwerk goedgekeurd door de gemeenteraad op 28.4.2010, waarbij de gemeente Jette vraagt om het Laarbeekbos (zone Natura 2000) te beschermen;
  • de online petitie van de gemeente Jette “Neen aan de uitbreiding van de ring – Ja aan de bescherming van het Laarbeekbos”;
  • de aanbeveling van de OESO van 8 mei 2013 om de verkeerscongestie op de Brusselse Ring niet op te lossen door een verbreding van de Ring, zonder andere maatregelen te treffen zoals investeren in openbaar vervoer, stadstol,…);
  • dat het Vlaams Gewest beslist om de investeringen in het Brabantnet en fietsGEN samen te laten lopen met de werken voor de verbreding van de Ring, waardoor de kans gemist wordt om voorafgaand werk te maken van volwaardige alternatieven die een gedragsverandering kunnen tewerkstellen;
  • dat het risico bestaat dat het Vlaams Gewest beslist om de ring te verbreden zonder structurele maatregelen te treffen om de verkeerscongestie in en rond Brussel te verminderen
  • het financiële inspectieverslag betreffende de beslissing van het Vlaams gewest van 25 oktober 2013 dat een negatief advies vermeldt voor wat betreft de keuze van de Vlaamse regering om “onmiddellijk over te gaan – zonder de maatregelen af te wachten die niet de infrastructuur betreffen– naar een geoptimaliseerde en veilige infrastructuur” en dat de Vlaamse regering er aan herinnert dat “bij gebrek aan een totaalvisie van de problematiek van de verkeerscongestie, de beoogde infrastructuurplannen slechts weinig impact zullen hebben op de vlotte doorstroming van het verkeer. Bovendien is er geen rekening gehouden met de impact van een nieuw nationaal voetbalstadion en de inrichting van een commercieel centrum Uplace in Machelen;
  • de vergelijkende studie van de milieuvereniging Bond beter Leefmilieu Vlaanderen (BBL) tussen de effectenstudie over het milieu (S-MER, Milieueffectenrapport) voor de “optimalisering” van de Brusselse Ring en de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), die besluit dat om en bij één miljoen inwoners van Brussel en de randgemeenten, waarvan 200.000 kinderen onder de 18 jaar en dus zeer gevoelig, zullen worden blootgesteld aan te veel fijn stof (PM2,5)
  • de studies, onder meer van Transport and Mobility (2013) en van IRCEL(Interregionale Cel leefmilieu, 2011), die aantonen dat een toename van het wegverkeer schadelijk is voor de gezondheid van de buurtbewoners;
  • dat het S-MER zelf erkent dat een verbreding van de Ring een aanzuigeffect zal teweegbrengen en dus meer verkeer;
  • dat het Laarbeekbos te Jette, dat naast de Ring gelegen is, in zijn totaliteit zal worden bewaard, in tegenstelling tot wat er eerst werd bekendgemaakt. Maar dat de werken een impact zouden hebben op de fauna en flora, ook met de bouw van een ecoduct;
  • de informatie op de website van de Vlaamse overheid, www.werkenaandering.be
Gelet op :
  • de Europese richtlijn 85/337/CEE betreffende de evaluatie van de gevolgen van bepaalde openbare – en privéprojecten op het milieu;
  • de Europese richtlijn 2008/50/CE betreffende de kwaliteit van de omgevingslucht en de zuivere lucht in Europa, die vanaf 1 januari 2010 oplegt dat het jaargemiddelde betreffende het stikstofdioxidegehalte (NO2)de grens van 40µg/m³ niet mag overschrijden;
  • het akkoord van de Brusselse regering dat voorziet om de uitstoot van broeikasgassen, vóór 2025 te verminderen met 30% ten opzichte van 1990;
  • de doelstellingen van het Iris 2 Plan voor een vermindering van het wegverkeer met 20% in het Brussels Gewest tegen 2018 (ten opzichte van 2001);
  • de voorstellen van het project “Mobiliteitsvisie 2020” van De Lijn die in het verlengde liggen van de verklaringen van het Vlaams gewest om de toegangswegen van de Brusselse rand te verbeteren en om de verkeersdruk rond de hoofdstad te verminderen;
  • het akkoord over de 6e staatshervorming, waarbij een “metropolitane gemeenschap” wordt gecreëerd waarin “ overleg zal worden gepleegd tussen de 3 Gewesten betreffende de mobiliteit, verkeersveiligheid en de wegwerkzaamheden van, naar en rond Brussel. Het feit dat het sluiten of onbruikbaar maken van op en afritten van de Ring het voorwerp zal maken van voorafgaand overleg ;
  • het feit dat de Europese Commissie in juni 2010 beslist heeft om aan België te vragen de wetgeving van de Europese Unie inzake de luchtkwaliteit voor wat betreft de kleine stofdeeltjes, nauwgezet toe te passen;
  • de beslissing van de Europese Commissie van 6 juli 2012 inzake de officiële kennisgeving door het Koninkrijk België om de termijn te verlengen die voorzien wordt betreffende de grenswaarden voor het NO2 in de drie zones van luchtkwaliteit en die vermeldt :”om te evalueren of het realistisch is te voorzien dat de grenswaarde wordt geëerbiedigd tegen de nieuwe vervaldag, heeft de Commissie precieze en gedetailleerde gegevens nodig betreffende de omvang en de gevolgen van de maatregelen betreffende de strijd tegen de verwachte luchtverontreiniging, met inbegrip van een duidelijke agenda voor de uitvoering ervan”;
  • de Europese commissie op 28 april 2016 een ingebrekestelling naar België stuurde betreffende de overschrijding van de NO2-uitstootnormen. België wordt als lidstaat in gebreke gesteld, maar de uitstoot in het Brussels gewest wordt vooral als problematisch gezien.
  • de onderhandelingen over een Memorandum of Understanding (MoU) zijnde een protocolakkoord tussen Vlaams Gewest en Brussels Gewest voor de aanpak van interregionale dossiers;
  • de impact van de jarenlange hinder die de werf voor de verbreding van de Ring met zich mee zal brengen
  • het gebrek aan informatie op de impact op lange en middellange termijn van het project over de economische activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • het gebrek aan informatie over de effecten op lange termijn van de verbreding van de Ring, in termen van mobiliteit, luchtkwaliteit , geluid afwatering van de oppervlaktewateren en van de impact op fauna en flora voor de bewoners van het Brussels Hoofdstedelijk gewest en meer bepaald voor de Jettenaren;
  • de vaststelling dat alle scenario’s die tot op heden werden onderzocht in het Strategisch Milieueffectenrapport (S-MER) betreffende de optimalisering van de Ring en dus ook het gekozen scenario, meer geluidshinder, meer fijn stof en meer stikstof met zich mee zal brengen en impact zal hebben op de openbare ruimte en de groene ruimte;
  • de toekomstig kennisgevingsprocedure voor het project-MER, voorzien in het najaar van 2016. De kennisgeving bepaalt de inhoud van het MER, nl welke milieueffecten onderzocht worden en op welke wijze. Zowel gemeenten als individuele burgers kunnen in dit kader reageren.
  • de vaststelling dat in dit MER, men vertrekt van de belangrijke en noodzakelijke voorwaarde van het creëren van meer openbaar vervoer en meer fietsroutesVraagt aan de Vlaamse, Brusselse en federale overheid vooraleer de Ring te verbreden om:
  1. eerst investeringen te doen in een modal shift naar meer openbaar vervoer (trein, tram, bus), meer fiets, meer binnenscheepvaart, zowel in de stad als in de rand en werk te maken van meer overstapparkings die aangepast zijn aan deze intermodaliteit en met garantie op een positieve impact op Jette en Noordwest Brussel;
  2. het GEN project sneller te realiseren;
  3. het Brabantnet te ontwikkelen;
  4. het mes niet te zetten in de bestaande investeringsplannen van Infrabel, de Lijn of de MIVB, maar ze echter ten volle te consolideren;
  5. het fietsexpresnetwerk aan te leggen voor de fietsers tussen Vlaams Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk gewest en een netwerk van autodelen te op te richten;
  6. maximaal te investeren in het goederentransport over water of per spoor als alternatief voor het goederentransport over de weg;
  7. samen met alle gewestelijke overheden een vorm van tolgeld uit te werken voor voertuigen in de GEN zone;
  8. de fiscaliteit op arbeid te verlagen en de fiscaliteit op bedrijfswagens om te zetten naar een fiscaliteit die aanzet tot multi modaliteit ;
  9. het  overlegcomité van federaal en gewesten bijeen te roepen, zoals voorzien in het kader van de “metropolitane gemeenschap” voor overleg tussen de drie Gewesten inzake mobiliteit, verkeersveiligheid en wegwerkzaamheden van naar en rond Brussel; Het feit dat het sluiten of onbruikbaar maken van op en afritten van de Ring het voorwerp zal maken van voorafgaand overleg
  10. dit dossier mee te nemen in de onderhandelingen voor het protocolakkoord ivm intergewestelijke dossiers, het Memorandum of Understanding;
  11. bij gebrek aan overleg tussen de gewesten een beroep in te dienen bij de federale en Europese juridische instanties, in toepassing van de Europese richtlijn van 27 juni 1985 betreffende de gevolgen van bepaalde privé-en openbare projecten op het milieu.
Vraagt aan de Brusselse regering in het bijzonder om:
  1. opmerkingen te formuleren en de Brusselse belangen te verdedigen in het kader van de kennisgevingsprocedure voor het project-MER zodat de dienst MER deze moet vertalen in richtlijnen die worden meegenomen bij de opmaak van de MER-studie;
  2. De Brusselaars en Jettenaren te infomeren over deze mogelijkheid om te reageren in het kader van de kennisgevingsprocedure