Geachte Mijnheer de voorzitter,

Geachte parlementslid,

Geachte Mijnheer Pille en Mevrouw De Backer,

Beste directie,

Eerst en vooral wens ik jullie van harte te bedanken voor deze vriendelijke uitnodiging. Als schepen van Nederlandstalige aangelegenheden is het een genoegen en een eer om hier vanavond met jullie te zijn, om het 100-jarig bestaan van deze school te vieren. 100 jaar in Molenbeek, dat is behoorlijk lang! Er zullen weinig organisaties zijn die zo een staat van dienst kunnen voorleggen. Ik wens jullie alvast nog 100 bijkomende jaren.

Mijn band met onderwijs is heel sterk: ik ben de dochter, vrouw en zus van een leerkrachten. Mijn mama heeft 35 jaar lang les gegeven in mijn geboortestad, waarvan de meeste jaren in een wijk die we vandaag als banlieu zouden omschrijven. Lange en lege banen, hoge gebouwen, miserie en armoede alom. En met ‘scholen’ als enige tastbare aanwezigheid van de overheid. Mijn mama heeft in één van deze scholen les gegeven aan honderden kinderen: kinderen uit arbeidersgezinnen, kinderen uit werkloze gezinnen, kinderen uit gezinnen waar drugs verkopen de norm was, kinderen met een prostituee als mama, kinderen zonder vader, kinderen die klaargestoomd werden om toe te treden in de criminaliteit.

Ondanks al hun verschillen hadden al deze kinderen wel iets gemeenschappelijk: ze waren allemaal kinderen. Kinderen met dromen, verwachtingen, en in de meeste gevallen al veel te veel teleurstellingen voor zo een jonge leeftijd. Het waren kinderen die zich zo hard aan de school vasthielden alsof het hun enige en laatste kans was om hun leven in een andere richting te duwen dan deze die voor hen voorbestemd was. De school was voor hun immers een plek om te leren, normaal te leven, en een plek om bevestiging, steun en begrip te krijgen. De school was een plek om alles te vinden wat noch thuis noch in de buurt voor handen was.

Mijn mama heeft altijd een onvoorwaardelijk geloof gehad in de school, het onderwijs, de leerkrachten. Ze geloofde in haar zelf, in wat ze deed, in het verschil dat ze kon maken in het leven van de kinderen. Zelfs tot op heden als ik met haar spreek over onderwijsuitdagingen; over de moeilijkheden om vandaag leerkracht te zijn, en over de onmacht die we als onderwijsmensen soms voelen, blijft ze me op het hart drukken dat onderwijs wel degelijk het verschil maakt, dat de leerkrachten wel degelijk kinderen vooruit kunnen helpen, op weg naar een andere toekomst, een ander leven.

Ik geef toe: soms twijfel ik. Ik, als dochter, vrouw en zus van leerkrachten, twijfel soms heel hard aan de impact die de school vandaag kan hebben op het leven van de kinderen. Ik zie de moeilijkheden van leerkrachten om, aan kinderen die in het begin geen woord Nederlands spreken, elke dag les in het Nederlands te geven. Ik zie de directies botsen op hun limieten, op het gebrek aan oplossingen voor de gedragsproblemen die ouders blijven ontkennen. Ik zie leerkrachten die moe worden om het altijd te moeten horen dat het onderwijs wel de sleutel is voor de oplossing van veel maatschappelijke problemen.

Tussen het grenzeloze geloof van mijn moeder en de vertwijfeling van vandaag zitten jaren van intense veranderingen: de arbeidsmarkt is veranderd, de globalisering heeft zijn intrede gemaakt, de milieu-uitdagingen zijn tastbaar geworden, de diversiteit is immens toegenomen, het economische model zorgt voor een groeiende kloof tussen rijke en arme landen, tussen rijken en armen tout court.

De scholen zijn ook enorm veranderd: met meer professionalisering, meer administratieve planlast, nieuwe pedagogische inzichten en nieuwe uitdagingen in de klas. De directies en de leerkrachten moeten vandaag meer dan ooit alles meten, alles in plannen gooien, rapporten schrijven. Vanuit één kant is deze een begrijpelijke en positieve evolutie, omdat het geruststellend is om te weten dat kinderen worden opgevolgd en geëvalueerd volgens een duidelijke en uniforme aanpak.

Maar soms vraag ik me af of we in deze drang naar meer objectiviteit, de echte ziel van de school niet aan het verliezen zijn. Alsof de koude lucht van cijfers en rapporten het heilige vuur van lesgeven aan uitdoven is. Alsof het gewicht van alle moeilijkheden dat directies en leerkrachten ondervinden op hun eigen zielen aan het krassen is.

Ik heb veel respect voor de noodkreten die het onderwijzend personeel uitstuurt, en nog meer omdat ik weet dat ze ondanks deze kreten, de daaropvolgende dag weer voor de klas staan, vol moed, vol engagement, en vol bekwaamheid.

En ik denk oprecht dat we deze noodkreten au sérieux moeten nemen. Dat we het debat over wat nu onderwijs is en zou moeten zijn, moeten open trekken zodat iedereen, ieder deel van de maatschappij (welzijn, bedrijfswereld, cultuur, politiek, religieuze gemeenschappen, enz.) aan zijn / haar verantwoordelijkheden wordt herinnerd.

Want de wereld die mijn mama gekend heeft, bestaat niet meer. Haar mooi geloof in het onderwijs blijft voor mij van een onschatbare waarde, maar ik besef ook dat dit alleen vandaag niet meer volstaat. Ik ben haar elke dag dankbaar voor het goede voorbeeld die ze me heeft gegeven, en vele van haar leerlingen zijn haar ongetwijfeld nog steeds dankbaar voor wat ze voor hun heeft gedaan, voor haar geloof in hun kennen en kunnen, voor de weg die ze hen getoond heeft.

Maar ik ben de leerkrachten van vandaag ook dankbaar voor hun twijfels, voor hun zoektocht naar antwoorden, voor het erkennen dat de school alleen niet altijd voldoende is, dat onderwijs alleen niet alles aankan.

Beste mensen,

Tussen het grenzeloze geloof en de vertwijfeling is er veel ruimte.

Ruimte voor maatschappelijk debat, ruimte voor verbeteringen, ruimte voor groei, ruimte voor nieuwe antwoorden op nieuwe en oude problemen, ruimte voor iedereen die hier, vandaag en morgen, in deze school die al 100 jaar leerlingen uit Molenbeek omarmt, resoluut kiest voor de kinderen, hun oprechte verwachtingen en hun dromen.

Ik dank u voor jullie aandacht!

Annalisa Gadaleta – Schepen van Onderwijs

Speech naar aanleiding van 100-jarig bestaan van bassischool Sint-Karel in Molenbeek.