Het Brusselse parlement heeft vrijdag op één onthouding na de ordonnantie “gender mainstreaming” unaniem goedgekeurd. De Brusselse regering wordt hierdoor in de toekomst verplicht om, onder andere via een “gendertest”, op voorhand de impact van haar beleid te toetsen op de situatie van vrouwen en mannen. “Die gelijkheid is verankerd in onze Grondwet. Met de ordonnantie krijgen we nu een concreet werkinstrument in handen om de geschreven woorden om te zetten in daden”, aldus Bruno De Lille (Groen), Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen.

Eén van speerpunten in het gelijkekansenbeleid van staatssecretaris Bruno De Lille is ervoor te zorgen dat het Gewest in haar beleid vrouwen en mannen op gelijke voet behandeld. Tot nu toe waren de regeringsleden niet verplicht om rekening te houden met de impact van hun beslissingen op de verschillende situatie van vrouwen en mannen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De Lille: “Daarom was het nodig om de aandacht hiervoor op een structurele manier in het beleid te verankeren. Om dit mogelijk te maken, heb ik een ontwerp van ordonnantie ‘gender mainstreaming’ uitgewerkt. Dit ontwerp van ordonnantie werd vandaag door het Hoofdstedelijk Parlement in plenaire zitting goedgekeurd.”

De ordonnantie ”gender mainstreaming” vormt een belangrijke hefboom om tot een grotere gelijkheid tussen vrouwen en mannen te komen en dus discriminatie te vermijden. Concreet legt de hoofdstedelijke regering zichzelf hiermee de verplichting op om de impact van de maatregelen die ze wil nemen, af te toetsen aan de de situatie van vrouwen en mannen in het Gewest.

Staatssecretaris De Lille: “Veel mensen beseffen niet dat voorstellen die op het eerste gezicht neutraal kunnen lijken, toch een ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in de hand kunnen werken of bestaande ongelijkheden versterken. Neem bijvoorbeeld de wijkcontracten. Bij de heraanleg van pleintjes in een wijkcontract, voorziet men vaak voetbal- of basketbalterreinen. Nu merken we dat die bijna uitsluitend door de jongens van de wijk gebruikt worden. En dus creërt de overheid hier een ongelijkheid. Dit betekent niet dat dit soort investeringen niet meer zullen kunnen. Maar eens we ons bewust zijn van de ongelijkheid, kunnen we ook maatregelen nemen om bijvoorbeeld meer meisjes en vrouwen aan deze sporten te laten participeren of om bijkomend te investeren in initiatieven die meer op hen gericht zijn.”

De ordonnantie “gender mainstreaming” is dan ook een grote stap vooruit voor het Gewest. Er moet namelijk niet alleen aandacht zijn voor een gelijke behandeling van vrouwen en mannen als het Wereldvrouwendag is, maar elke dag opnieuw en bij elke belangrijke beslissing moeten beleidsmakers op een structurele manier werken aan een Brussel waar iedereen gelijke kansen krijgt. Want vrouwen hebben wel degelijk nog altijd te kampen met discriminatie en achterstelling. Door het invoeren van deze dynamiek in alle beleidsdomeinen van het Gewest, wordt Brussel een gewest waar iedereen zich thuis kan voelen, vrouwen én mannen.