Minister voor Jeugd van de Franstalige gemeenschap Evelyne Huytebroeck en Brussels Staatssecretaris De Lille, binnen de VGC bevoegd voor Jeugd, willen dat het Nederlandstalig en Franstalig jeugdwerk in Brussel meer overleggen en samenwerken. Ze subsidiëren daarvoor een voltijdse medewerker voor het Brusselse jeugdwerk. Die moet ervoor zorgen dat het Nederlandstalig en Franstalig jeugdwerk in Brussel in 2011 in kaart gebracht wordt, dat er een structureel overleg komt tussen beide werkingen en dat er ook concrete samenwerkingsprojecten worden uitgewerkt. De minister en de staatssecretaris trekken daar samen 50.000 euro voor uit. Op die manier willen ze de stem van de jeugd in Brussel luider laten klinken: “Jongeren denken niet in vakjes. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat elke ket, ongeacht zijn of haar taal, een plaats vindt binnen het Brusselse jeugdwerk.”

Meer samenwerking op vraag van de jeugdsector

Het Nederlandstalige D’broej en het Franstalige FCJMP zijn twee jeugdorganisaties die beide actief zijn in het Brusselse. Samen vroegen zij een subsidie van elk €25.000 aan bij respectievelijk de VGC en de Franstalige Gemeenschap. Beide subsidies werden goedgekeurd.

Met deze subsidie van €50.000 komt er een nieuwe voltijdse medewerker die het Brusselse jeugdwerk moet laten overleggen en samenwerken. Hij of zij zal de Brusselse professionele jeugdsector en de vrijwilligerswerking in kaart brengen, een overleg tussen de Nederlandstalige en Franstalige jeugdwerkorganisaties opzetten en concrete samenwerking stimuleren. Hierdoor zullen de organisaties elkaar beter leren kennen, leren van elkaar en samen meer gezamenlijke projecten kunnen realiseren.

Jeugdwerk over de taalgrenzen heen

“Met deze subsidie zorgen we ervoor dat het jeugdwerk in Brussel meer en structureel kan samenwerken. Dat is goed voor het jeugdwerk zelf maar vooral ook voor onze jongeren. Onze Brusselse jeugd valt immers niet in de ene of de andere taalgemeenschap te vatten. Brussel onderscheidt zich net door zijn taalmix en veelheid aan initiatieven. 1+1 =3, zeker als het op jeugdwerk aankomt”, verduidelijken minister Huytebroeck en Staatssecretaris De Lille.