Twee jaar geleden verhuisden mijn vriendin en ik naar de gemeente Sint-Gillis. En daar hebben wenog geen moment spijt gehad. We zijn blij dat ons zoontje kan opgroeien in een levendige en diverse buurt. Want als onze gemeente ergens voor staat, is het wel haar kosmopolitische karakter. Naast ons wonen Spanjaarden van de 2de generatie, bij de Indiër op de hoek halen we verse kruiden en wat verderop zijn er tal van Mediterrane restaurants en Oost-Europese buurtwinkels. Het is dus goed leven in Sint-Gillis. Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. De gemeente is ook het slachtoffer van een typisch grootstedelijk fenomeen. Namelijk een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk. Veel nieuwkomers hebben niet kunnen mee profiteren van de toenemende populariteit van Sint-Gillis.

De Zuidwijk is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Het bestuur laat zich kenmerken door een totaal gebrek aan ambitie en kiest er al decennia lang voor een kaalslag van de wijk. De onteigeningen van de jaren ’80 en ’90 moesten plaatsmaken voor nieuwe kantoren. Het gevolg was een uittocht van de lokale Brusselse middenstand en een verdere verloedering van de buurt. De nieuwe dynamiek bleef jammer genoeg uit. Iedereen die ooit al langs het Zuidstation passeerde, weet waarover ik spreek. Ook op bestuurlijk vlak is Sint-Gillis dus jammer genoeg geen toonbeeld van vernieuwing en dynamiek. De politieke bestuurders van de jaren 80 zijn vandaag nog altijd aan de macht. De heer Charles Picqué, voormalig minister-president van het Brussels gewest, is sinds 1985 (!) voor de PS burgemeester van Sint-Gillis. Samen met schepen Patrick De Bouverie (MR) draagt hij een pletterende verantwoordelijkheid voor het falend beleid in de Zuidwijk.

Het nieuwe Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO), dat op 8 maart werd voorgesteld aan bewoners, zou verandering kunnen brengen. Maar helaas schuift het vaak dezelfde recepten naar voor. Zoals de ambitie om nog meer kantoorruimte te bouwen. Achterliggend idee is dat belasting heffen op de verhuur van kantoorruimte extra inkomsten genereert voor de gemeentekas. Dat beleid heeft in het verleden niet gewerkt en zal ook nu geen resultaat opleveren. Een ezel stoot zich geen 2 maal aan dezelfde steen zegt de volksmond. Maar in dit geval wel en dat is hemeltergend. Want niet alleen staan vele kantoren leeg, Brussel kampt ook met een regelrechte wooncrisis. Het bestuur zou beter investeren in meer betaalbare woningen moet het gewest investeren en in kwaliteitsvolle publieke voorzieningen zoals crèches, scholen en voldoende groene open ruimte. Jammer genoeg blijkt uit de begroting voor 2017 dat de Brusselse regering de inspanningen in huisvesting zal halveren. In 2016 ging nog 9% van het budget naar huisvesting. Voor 2017 wordt dat bijgesteld naar 4,7%. Veel zal er dus niet veranderen.

Daarnaast is ook nood aan een ambitieus mobiliteitsbeleid. Andere Europese steden zoals Rotterdam en Bordeaux tonen dat het mogelijk is stadskernen leefbaar te maken. Het IRIS II plan dat in 2009 wilde de autodruk sterk doen dalen en voldeed wel aan de voorwaarden om luchtkwaliteit en leefbaarheid te verbeteren. Het GPDO zwakt die ambitie weer af en heeft een duidelijke voorkeur voor het aanleggen van nieuwe metrolijnen. Terwijl een aanpassing van bestaande tramlijnen 81 en 82 aan de Fonsnlylaan haalbaarder is. Het uitbouwen van de metrohalte ‘Constitution’ aan het Zuidstation zou ook handenvol geld kosten en neemt jaren in beslag. Rationeel valt die keuze niet te verantwoorden.

De essentie is dat het GPDO een schrijnend gebrek heeft aan ambitie heeft en bol staat van vage plannen. Dat is ook de analyse van stadsorganisatie BRAL (http://bral.brussels/nl/artikel/gpdo-minder-duurzaam-dan-verwacht). Samen met BRAL geloven we dat er andere keuzes gemaakt moeten worden voor een leefbare Zuidwijk. Toch schijnt er mogelijks licht aan het einde van de tunnel. Zo zou Charles Picqué twijfels hebben over de ondergrondse tramlijn op de Fonsnylaan en zijn alternatieven bespreekbaar. In de opmerkingen die de gemeente aan het gewest heeft overgemaakt wordt ook meer aandacht gevraagd voor fietsers en voetgangers. En er worden vraagtekens geplaatst bij de voornemens voor ‘iconische hoogbouw’ zoals vermeld in het GPDO.

Daarnaast ontstaan van onderuit tal van initiatieven, zoals het bewonerscomité Zuidwijk en Kleine Ring, een nieuwe dynamiek. Met onze lokale afdeling gaan we op pad met een ideeënbus om te luisteren wat er leeft in onze buurt. De komende maanden zullen we op basis van de feedback alternatieven voorstellen formuleren. Een leefbare Zuidwijk waarin de bewoners centraal staan, is dus wel degelijk mogelijk. Maar dan moet het gewest en de gemeente Sint-Gillis bereid zijn om radicaal te breken met het verleden en te kiezen voor een nieuw beleid. Want als het bestuur vandaag geen drastische keuzes maakt, staat de Zuidwijk in 2030 weer voor dezelfde uitdagingen. Het moet en kan dus anders. Of om het met de woorden van Stéphane Hessel te zeggen: Engagez-vous!

Jos Raymenants
Voorzitter Groen Sint-Gillis