De huisvestingscrisis neemt in Brussel nog iets grotere proporties aan dan in Vlaanderen. De huurprijzen op de privémarkt zijn voor heel wat Brusselaars onbetaalbaar, het aantal sociale woningen is (met 36.000 gezinnen op de wachtlijst) ontoereikend en dan staan we nog maar aan het begin van een demografische groei die zal maken dat de Brusselse bevolking de komende 10 jaar met 10% groeit (in 2020 zouden er 250.000 meer Brusselaars zijn dan in 2000).

Hier in Brussel is het echt alle hens aan dek in de strijd voor betaalbaar, kwalitatief wonen, maar dat heeft wél als voordeel dat de belangstelling voor vernieuwende formules groot is.

De tijd dat, op Brussels niveau, enkel Groen! luidop nadachtover creatieve formules zoals kangoeroewonen of cohousing is voorbij.

Het Brussels regeerakkoord vandaag stelt dat de overheid, in samenwerking met de verenigingssector, zal werken aan gemeenschapswonen, intergenerationeel wonen, coöperatieven en gezamelijke aankoop. Het kabinet van de Ecolo-staatssecretaris Christos Doulkeridis wil hier ook effectief werk van maken.

Er zijn vandaag in Brussel een aantal gekende projecten van cohousing die min of meer spontaan gegroeid zijn vanuit individuen, een groep gelijkgezinden of vzw’s. We waren te gast in het project Brutopia.

Een van de eerste gekende projecten is Côté Kanal. Minder gekend en kleinschaliger zijn de kangoeroewoningen van het Regionaal Integratiecentrum Foyer. Specifiek voor senioren is er Abbeyfield in Etterbeek.

Meer recent kennen we het project l’Espoir in Molenbeek, waarbij een collectieve spaargroep, dankzij subsidies en steun van het Brussels Woningfonds, passiefhuizen kon bouwen die dezer dagen in gebruik worden genomen of Biloba, het collectief woonproject van senioren in de Schaarbeekse Brabantwijk dat nog volop op zoek is naar de juiste formules en subsidiekanalen.

Dit zijn stuk voor stuk zeer waardevolle projecten en het is nu tijd om een stapje verder te zetten.

De overheid moet hier een veel actievere rol in spelen. Daarom ben ik ook zeer blij met de studie van de Koning Boudewijnstichting die uitdagingen en knelpunten op een rijtje zet. Personen of vzw’s die kiezen voor cohousing moeten vandaag echt wel super hard overtuigd zijn en behoorlijk wat veerkracht aan de dag leggen om telkens weer zaken uit te zoeken en telkens weer oplossingen uit te dokteren voor nieuwe problemen.

Bovendien maakt de huisvestingscrisis, met de hoge huur- en koopprijzen die we vandaag in Brussel kennen, dat een aantal initiatieven het zeer moeilijk krijgen. Ik denk dan niet alleen aan collectieve spaargroepen,maar ook aan collectieve aankoopprojecten.

In de tijd van Côté Kanal waren er zeer veel hindernissen, maar er was op zijn minst het voordeel van de aantrekkelijke prijs waarvoor je toen nog een leegstaand industrieel pand kon kopen en opknappen. Vandaag is ook dat voordeel weg en is het des te belangrijker om zo veel mogelijk drempels in kaart te brengen én weg te werken.

Met enkel de organisatie van een Beurs voor Collectieve Aankopen, zoals in Brussel-Stad, hoe waardevol ook, komen we er niet meer.

Maar ook financieel, denk ik dat het de verdienste is van de Brusselse staatssecretaris om open te staan voor nieuwe formules die ertoe kunnen bijdragen dat wonen betaalbaar blijft, bvb de Community Land Trust.

Een kort woordje uitleg: een CLT is een organisatie zonder winstoogmerk,gecontroleerd door de gemeenschap (de leden) die eigendommen verwerft, ontwikkelt en beheert ten gunste van de gemeenschap. Zowel de bewoners als de overheid participeren in het bestuur – die participatie en betrokkenheid van de bewoners is trouwens één van de pluspunten van cohousingprojecten. De eerste opdracht van de CLT is via subsidies gronden te verwerven.

Eenmaal de grond verworven, blijft de trust eigenaar, maar staat het gebruiksrecht van de grond of de woning die op de grond staat af via erfpacht of verkoop. Om de woningen betaalbaar te houden geeft de CLT een premie aan de koper. Wanneer de koper opnieuw verkoopt, heeft de CLT een recht op voorkoop en bovendien moet de koper de premie teruggeven én mag hij enkel aan marktprijs verkopen.

De nieuwe koper ontvangt opnieuw de premie en een deel van de winst uit de verkoop. Zo blijft de woning betaalbaar voor nieuwe kopers en vloeit een deel van de winst terug naar de gemeenschap. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar het knoopt terug aan bij de formule van huisvestingscoöperatieven die vooral in het interbellum opgang vond en eigenlijk is dit een (althans in de ogen van groen en Ecolo) een soort verbeterde versie van de GOMB-formule waarbij het speculatieve karakter van een aankoop weggehaald wordt. De meerwaarde gaat terug naar de gemeenschap, waardoor er meer betaalbare woningen kunnen worden gecreëerd.

Ik zeg niet dat dit een wonderoplossing is, ik denk dat als het over huisvesting gaat, niemand gelooft in wonderoplossingen. Wel denk ik dat in Brussel, én bij de bevolking én bij de huisvestingsorganisaties én bij het beleid, de wil groeit om vernieuwende formules uit te denken. Het kabinet van de bevoegde staatssecretaris staat niet te preken in de woestijn. Ook bij de GOMB en bij het Brussels Woningfonds ziet men het potentieel van gezamelijke aankoop, alternatieve eigendomsverwerving, collectief of intergenerationeel wonen.

Afspraak, hopelijk, binnen een aantal jaar voor een bezoek aan een reeks interessante projecten.

Elke Van den Brandt is Brussels parlementslid voor Groen!

Je leest het artikel over de Groen!e cohousing-voorstellen op Brusselnieuws hier: http://www.brusselnieuws.be/nl/nieuws/groen-wil-moeilijkheden-co-housing-wegwerken

Lees het artikel over cohousing in de Standaard hier: http://www.standaard.be/cnt/2d2vu3vj?word=cohousing