De Brusselse regering heeft in eerste lezing het Voetgangersplan van het Brussels Gewest goedgekeurd. Een primeur in België en ook wereldwijd is zo’n plan zeldzaam. Met de uitvoering van dit plan zal het Brussels gewest geleidelijk aan evolueren naar een gewest waar de voetgangers centraal staat. Concreet bevat het plan ondermeer 10 criteria (GO 10) die als richtsnoer zullen gebruikt worden bij de (her)aanleg van de infrastructuur. Dat maakte Bruno De Lille (Groen), Brussels staatssecretaris voor Mobiliteit, vandaag bekend.

“Een kwart van de Brusselaars neemt nu nog de wagen voor een afstand van minder dan 1 kilometer. Met de huidige files en de zoektocht naar een parkeerplaats zijn ze er dus even snel te voet. Het is bovendien goedkoper, gezonder en socialer”, zegt Bruno De Lille.

Stappen maakt al 32 procent uit van alle verplaatsingen in het Brussels gewest maar het werd op beleidsniveau de afgelopen decennia vaak over het hoofd gezien. Het doel van het Voetgangersplan is om die 32 procent op te trekken naar 35 procent tegen 2020 en 40 procent tegen 2040.

Om dit te realiseren moet Brussel een stad van korte afstanden worden. Op termijn moeten mensen gewoon te voet de meeste basisbehoeften in hun buurt kunnen bereiken: werk, winkel, school, ontspanning, groene ruimte, …. Dit betekent ondermeer een andere organisatie van de ruimtelijke ordening en stedenbouw, maar ook een andere mobiliteit. Zo zal de verblijfsfunctie (leven, winkelen, ontspannen,…) in de toekomst steeds vaker voorrang krijgen op de doorstromingsfunctie van het verkeer.

Stappen heeft tal van voordelen die een antwoord kunnen bieden op de grote Brusselse uitdagingen zoals de mobiliteitsproblemen, de bevolkingstoename en de luchtvervuiling. “Stappen is niet alleen ontspannend en gezond, misschien kom je wel een oude vriend tegen, ontdek je een nieuw plein met leuke terrassen of vind je die onvindbare schoenen in een etalage. Stappen is zo oud als de straat maar ook de toekomst van de straat”, aldus De Lille.

Belangrijk binnen de GO 10, het richtsnoer voor de toekomstige infrastructuurwerken, is de uitbouw van een fijnmazig netwerk van wegen met doorsteken en zo weinig mogelijk hindernissen. De stapper krijgt altijd de kortste routes zonder omwegen of tijdverlies.

Daarnaast wordt ook veel aandacht besteed aan het fysiek comfort en de veiligheid. De kwaliteit van voetpaden moet beter en mensen met een beperkte mobiliteit moeten maatgevend zijn voor het ontwerp van die openbare ruimte. Om de veiligheid en het comfort van de voetgangers te verhogen moet de snelheid van het verkeer omlaag. De oversteken moeten kort zijn en daar liggen waar de voetganger spontaan oversteekt.

Er komt nu een consultatieronde met de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de gemeenten, de Economische en Sociale Raad en de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie over het plan.