Eerder stond op de website brusselnieuws.be te lezen dat alle Brusselse socio-culturele verenigingen die door de VGC worden ondersteund het met 25 procent minder werkingsmiddelen moeten doen.

Bruno De Lille, collegelid voor Cultuur binnen de VGC, ontkent: “Alle 510 lokale en bovenlokale socio-culturele verenigingen krijgen hun gevraagde ondersteuning volledig. Enkel van de 21 koepelverenigingen vragen we een beperkte inspanning, die geven we gemiddeld 3% minder. We hebben er wel voor gezorgd dat ze hun personeel voor 100% kunnen betalen.”

Solidariteit

In 2010 voorziet de VGC €1.310.150 subsidies voor de socio-culturele verenigingen. Dat is een stijging van bijna 12% i.v.m. 2008 (€1.172.000). Nooit eerder gaf de Vlaamse Gemeenschapscommissie meer aan de socio-culturele sector.

Omdat het aantal verenigingen heel sterk gestegen is (van een goede 400 in 2008 tot meer dan 500 in december 2010), was de stijging naar €1.310.150 subsidies echter niet genoeg om iedereen het volledige bedrag te geven waarop ze gehoopt hadden. Daarom heeft de VGC de keuze gemaakt om een beperkte solidariteit te laten spelen. De lokale verenigingen worden maximaal ondersteund, terwijl de grote regionale verenigingen een kleine inspanning moeten opbrengen.

Bruno De Lille: ”Mochten we de regionale verenigingen betoelagen zoals dat in Vlaanderen gebeurt, dan zouden de meesten trouwens op de helft van hun toelage terugvallen. Ik denk dat we dus inderdaad met trots mogen beweren dat we de socio-culturele verenigingen in Brussel koesteren.”