Bruno De Lille, Brussels staatssecretaris voor Mobiliteit en Brigitte Grouwels, Brussels minister van Openbare Werken en Vervoer hebben op maandag 22 april de eerste ‘fietsstraat’ in Brussel ingereden. In een fietsstraat hebben fietsers over de hele weg voorrang op gemotoriseerd vervoer. Het proefproject op de Louizalaan loopt zeker zes maanden. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volgt met dit proefproject steden als Gent en Kopenhagen.

Een fietsstraat bevordert het fietsverkeer door haar veiligheid, efficiëntie en comfort. Fietsstraten hebben dan ook een enorm potentieel en staan symbool voor de mobiliteit van morgen. Een mobiliteit waar fietsers, openbaar vervoer, auto’s, … evenwaardig zijn”, benadrukt staatssecretaris Bruno De Lille. “Verschillende Brusselse gemeenten hebben ondertussen interesse getoond in de aanleg van fietsstraten op hun gemeentelijke wegen. Het Gewest zal hen daarbij financieel en praktisch ondersteunen. Enkel wanneer Gewest en gemeenten samenwerken kunnen we van Brussel een mobiel gewest maken.

Brussels proefproject

Bruno De Lille en Brigitte Grouwels beslisten om in Brussel een proefproject rond fietsstraten te lanceren. Het proefproject verloopt in nauwe samenwerking met hun administratie Mobiel Brussel en het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV). Een fietsstraat is een straat waarin de fietsers de hele breedte van de weg mogen gebruiken. Auto’s blijven er toegelaten (ook om te parkeren), maar die mogen niet meer dan 30 km/uur rijden. Ze mogen fietsers evenmin inhalen. Je zou een fietsstraat dus het best kunnen omschrijven als een breed fietspad waarop auto’s gedoogd worden.

De testfase bevindt zich op de ventweg langs de Louizalaan richting Kleine Ring, van de Dalstraat tot aan het Stefaniaplein. De Louizalaan stak bij de laatste fietstellingen de Wetstraat voorbij. Het lag dan ook voor de hand deze laan als plaats voor een proefproject te selecteren. Zo kunnen er meteen al vele fietsers kennismaken met het concept fietsstraat.

Tijdens de testfase wordt het gedrag van de verschillende weggebruikers geobserveerd. Zo zal het BIVV nagaan op de invoer van de fietsstraat invloed heeft op de gemiddelde snelheid van automobilisten en het aantal fietsers en automobilisten. Er wordt ook nagegaan of er bijkomend flankerende maatregelen nodig zijn. Op basis van de testresultaten wordt dit najaar bekeken waar elders in het gewest de verkeersborden nog kunnen worden ingevoerd en onder welke voorwaarden.

Wetgeving

Het federale parlement keurde het concept van de fietsstraat (en de nieuwe verkeersborden B22 en B23) goed op 28december 2011 via een wetwijziging. Deze nieuwe wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 3 februari 2012 en trad in werking op 13 februari 2012.

Het nieuwe begrip werd toegevoegd aan artikel 2:

  • 2.61. « fietsstraat »: een straat die is ingericht als fietsroute, waar specifieke gedragsregels gelden ten aanzien van fietsers, maar waarop tevens motorvoertuigen zijn toegestaan. Een fietsstraat wordt gesignaleerd met een verkeersbord dat het begin en een verkeersbord dat het einde aanduidt.

Een nieuw artikel 22novies wordt ingevoerd (verkeer in fietsstraten).

  • Art. 22novies: in fietsstraten mogen de fietsers de ganse breedte van de rijbaan gebruiken voor zover deze slechts opengesteld is in hun rijrichting en de helft van de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide rijrichtingen. Motorvoertuigen hebben toegang tot fietsstraten. Zij mogen de fietsers evenwel niet inhalen. De snelheid mag in een fietsstraat nooit hoger liggen dan 30 kilometer per uur.

De bijhorende verkeersborden (F111 en F113) werden vastgelegd met het koninklijk besluit van 4 december 2012. Dit KB had er strikt genomen al op 13 augustus 2012 moeten zijn, 6 maanden na de inwerkingtreding van de wet van 10 januari 2012. Het duurde echter langer voor de gewesten het federale ontwerp aanvaardden.

Het KB van 4 december 2012 trad in werking op 27 december 2012, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.