De vier parkings die de meerderheid van de Stad Brussel wil neerpoten, katapulteren ons terug naar het verleden, zeggen Bart Dhondt (Groen) en Marie Nagy (Ecolo). Meer nog, het stadsbestuur organiseert met dit voorstel de stilstand in onze stad. Laten we ervoor zorgen dat de bestaande parkeerplaatsen veel beter benut worden, klinkt het.

Vorige week beslisten burgemeester Yvan Mayeur en zijn schepenen van de Stad Brussel om vier nieuwe ondergrondse parkings te bouwen in de Vijfhoek, goed voor zo’n 1.600 parkeerplaatsen. Voor vele autobestuurders zal het voorstel waarschijnlijk als ‘common sense’ overkomen. Ja, een parkeerplek vinden in het centrum is niet gemakkelijk. Ja, beter onder de grond parkeren dan op de pleinen. Deze plannen zijn daarvoor echter niet nodig. Ze bieden geen oplossing voor het parkeerprobleem en zullen vooral voor overlast in de woonwijken zorgen.

Laten we eerst alle parkeerplaatsen die we hebben, gebruiken. De megalomane werken zullen onze stad verlammen. We kunnen ze ook vermijden door de reeds bestaande kantoorparkings ‘s avonds en ‘s nachts te openen voor bewoners. Het is slechts één voorbeeld van hoe we ‘back to the future’ kunnen naar een autoluwe stad, een stad met zuurstof. Een stad waarin elke Brusselaar zich vlot kan bewegen. Daar willen wij aan bouwen. De vier parkings die de PS-SP.A-MR-Open-VLD-coalitie van de Stad Brussel wil neerpoten, doen het tegendeel. Ze katapulteren ons terug naar het verleden. Meer nog, het stadsbestuur organiseert met dit voorstel de stilstand in onze stad.

Eerst de echte oplossingen

De nieuwe parkings moeten ervoor zorgen dat het centrum bereikbaar blijft. Dat willen wij ook, maar je hebt geen nieuwe parkings nodig om autobestuurders vlotter naar een parking te leiden. Dat doe je met een parkeergeleidingssyteem dat autobestuurders naar de lege parkeerplekken brengt. Dit zou dé prioriteit moeten zijn, maar het stadsbestuur blijft steken in aankondigingen.

Er zijn momenteel zo’n 4.800 parkeerplaatsen in de publieke parkings van de Vijfhoek. Die worden slechts voor 60 tot 70 procent benut. Er is dus een marge van zo’n 1.400 parkeerplaatsen. Die hebben we. Daar kunnen we ruimschoots de 600 parkeerplaatsen die we verliezen op de centrale lanen mee compenseren, maar we gebruiken ze niet. Een parkeergeleidingssysteem kan er veel sneller voor zorgen dat we die lege plekken vullen. Met een aangepast tariefbeleid kunnen we bewoners overhalen hun auto niet op hun plein, maar ernaast in een van de publieke parkings te plaatsen.

De Vijfhoek telt zo’n 56.000 parkeerplaatsen in privéparkings (woningen en vooral bureaus). De vorige regering zorgde ervoor dat je die nu ook kan laten gebruiken door bewoners. Laten we daar werk van maken in plaats van ze ’s avonds, tijdens de weekends en de piekmomenten leeg te laten staan. Er zijn immers twee types van parkeerders: de ‘dagparkeerders’, pendelaars die overdag parkeren in de parking van het gebouw waar ze werken.

Daarnaast heb je de avond- en nachtparkeerders, die nu wanhopig worden, maar best terecht zouden kunnen in de parkings die dan leegstaan.
Tot slot kunnen we bezoekers veel beter overtuigen hun auto achter te laten op randparkings en van daaruit met het openbaar vervoer naar het centrum af te zakken. Die randparkings kunnen ook de piekmomenten opvangen tijdens grote evenementen, zoals Winterpret of tijdens de koopjes. Dit zijn echte oplossingen. Hiermee maken we het centrum aangenamer en aantrekkelijker. Niet alleen voor de bezoekers, maar ook voor de bewoners.

Meer parkings, meer file

Bijkomende parkings inplanten zal meer auto’s naar het centrum lokken. De bezoeker die naar Winterpret komt of een pendelaar die komt werken, zal zijn auto niet aan de Kinepolis zetten en verder reizen met de metro naar de Beurs. Die zal gewoon doorrijden naar het centrum. We zullen met meer zijn en er zijn niet plots meer wegen of tunnels bij gekomen. Het gevolg? We zullen met z’n allen nog meer in de file staan. De bezoekers, de bewoners en de leveranciers. Aangezien het stadsbestuur de nieuwe parkings pal in de woonwijken inplant, zullen we net daar meer overlast krijgen.

We weten al wat het wil zeggen als iets “niets zal kosten.” Traditioneel wordt dit argument naar boven gehaald wanneer het gaat over zeer complexe, megalomane en dure projecten. Daarenboven zullen de werven samenvallen met de heraanleg van de centrale lanen. De overlast die met al deze werken gepaard gaat, wordt niet te overzien. Niet alleen de bewoners, maar ook de handelaars zullen het voelen. Het stadsbestuur waagt zich in een financieel avontuur dat ons niets zal opbrengen, maar wel heel wat zal kosten.

De nieuwe parkings zullen voor u, Brusselaars, niets oplossen. Meer nog: als u een auto heeft, zal u zich enkel moeilijker kunnen verplaatsen in de stad, naar uw werk en terug. De meerderheid maakt de keuze voor een beleid op maat van de bezoeker. Die moet met de auto naar het centrum komen. Op een parkeerbox in een van de nieuwe parkings maakt u bijna geen kans. Er zullen er bitter weinig zijn, want niet rendabel voor de parkeeruitbater.

Er is niet veel plaats in onze levendige stad: laten we ervoor zorgen dat de bestaande parkeerplaatsen veel beter benut worden. Zodat de Brusselaars zich vlot kunnen verplaatsen. Extra parkings inplanten in de woonwijken van ons centrum zijn een politiek van de jaren 1970. Het stadsbestuur moet zijn ogen openen voor de oplossingen die nu voor het grijpen liggen. Als dat niet gebeurt zullen wij Brusselaars de dupe zijn. Dus: back to the future graag, nu het nog kan.

Bart Dhondt en Marie Nagy zijn gemeenteraadsleden van de Ecolo-Groenfractie van de Stad Brussel.

Deze opinie verscheen op 14 november 2014 in Brussel Deze Week. Je leest deze opinie ook op brusselnieuws.be: http://www.brusselnieuws.be/nl/opinie/back-future-graag-nu-het-nog-kan.