Jette – Ze had bij de komende gewestverkiezingen lijsttrekker moeten zijn voor Groen!, maar de leden hebben er anders over beslist. Nu staat ze op twee. Heel erg vindt ze dat niet. “Ik was al verwonderd dat ze mij op de eerste plaats hadden gezet. En we gaan sowieso voor twee zetels.”

Een gesprek met Annemie Maes, de passionara van de Jetse groenen.

Annemie Maes geeft rendez-vous in Atelier 340, het hoogst originele en bijna on-Jetse kunstencentrum van haar gemeente. Zoals altijd is ze met de fiets. Want fietsen in Brussel doet ze al een kleine veertig jaar. Annemie Maes is een echte Brusseles, de vierde generatie van een familie Vlaamse Brusselaars. Haar kindertijd bracht ze door in laag-Vorst. Waar ze leerde fietsen. “We hadden één fiets voor de vier meisjes,” zegt ze. Op haar Brusselse kindertijd kijkt ze terug met gemengde gevoelens. “Eind jaren 1970 was het niet evident om hier als Vlaming naar school te gaan. Je voelde je in de tijd heel erg een minderheid, met alle pesterijen van dien. Toen mijn ouders besloten om naar Alsemberg te verhuizen, zag ik dat het echt wel anders kon. En toen ik later naar Leuven ging om archeologie te studeren, ging er een wereld voor me open. Zoveel fietsers. En ik kwam er Vlamingen tegen die ik niet eens verstond: Limburgers en West-Vlamingen.”

Tien jaar geleden streek ze met man en kinderen neer in Jette.

“Terugkeren naar Brussel was voor mij niet evident, na de ervaringen uit mijn jeugd. Maar mijn man wilde graag en ik dacht: laat ik het een kans geven.”

Hoe bent u in de politiek verzeild geraakt? Komt u uit een groen nest?

Annemie Maes: “Helemaal niet. Ik ben wel altijd actief geweest in sociale bewegingen. Als je maar met een paar Vlamingen bent – want zo was het in Vorst in mijn jeugd –, dan klit je al snel samen. Ik ging bussen voor 11.11.11. Veertien jaar geleden ben ik lid geworden van Agalev. Het programma sprak me aan. Aanvankelijk was ik passief lid. Pas toen ik in Brussel ben komen wonen, werd ik actief in de groene beweging. In 2006 werd ik verkozen tot gemeenteraadslid.”

Uw vader was politiecommissaris en u zit zelf in de politieraad. Er gaan stemmen op om de Brusselse politiezones te fuseren tot één grote zone. Bent u daar voorstander van?

Maes: “Ik kom inderdaad uit een politie-familie. Mijn vader was politiecommissaris en hij heeft zoveel respect afgedwongen dat verschillende van mijn neven hem gevolgd zijn. Ik ben voorstander van een wijkpolitie die echt vertrouwd is met de buurt. Met één grote politiezone is dat moeilijk. Dat wil niet zeggen dat elke gemeente haar eigen politie moet hebben. De huidige opdeling in zes zones is goed, maar er zou meer coördinatie moeten zijn, zodat de politiereglementen op elkaar afgestemd zijn. Het is niet normaal dat je in de ene zone meer betaalt voor een overtreding dan in een andere.”

En de negentien gemeenten, mogen die opgeheven worden?

Maes: “Voor een groot aantal zaken wel, ja. Maar ik denk dat het gewest toch altijd in een soort districten opgedeeld zal moeten blijven. De problemen van het noordwesten van de stad zijn niet dezelfde als die van het zuidoosten. Iets waarover alleszins zou moeten worden nagedacht, dat zijn de gemeentegrenzen. Ik woon op de grens van Jette en Koekelberg. Mijn voordeur ligt op Jets grondgebied, de rest van het huis in Koekelberg. Dat zorgt regelmatig voor hilarische toestanden. Werkzaamheden in de straat stoppen soms vlak voor mijn huis, of worden twee keer uitgevoerd.”

Wat vindt u, als voormalig voorzitster van de Fietsersbond, van de fietsinfrastructuur in Brussel? Minister Pascal Smet (SP.A) wil van Brussel een fietsstad maken.

Maes: “Smet heeft de fiets in Brussel op de kaart gezet door middel van een uitstekende pr. Hij heeft fietsen hip gemaakt.”

Is het alleen pr?

Maes: “Ik vind van wel. Er zijn te veel gadgets en te weinig echte fietspaden bijgekomen. Smet heeft vooral gewerkt voor één categorie fietsers, ik noem ze de hazen. Het zijn geoefende fietsers die zelf voorstander zijn van een gemengd gebruik van de weg. Maar er zijn ook schildpadden, mensen die occasioneel fietsen, ouders met kinderen, ouderen of tieners. Voor hen is er veel minder aandacht.”

“Neem de fietslift aan de Kunstberg. Dat is nu een typisch voorbeeld van hippe infrastructuur voor de hazen. En ik ben soms ook een haas. Ik vind het ook leuk om die berg op een comfortabele manier op te kunnen. Maar de schildpadden die het Brusselse verkeer niet in durven, hebben er niets aan. Zij hebben veel meer baat bij fietspaden die afgescheiden zijn van de autoweg. Ik weet wel dat dit voor de hazen soms vervelend is omdat dit het nemen van bepaalde zijwegen kan hinderen, maar het is wel het veiligste.”

“Ik heb mijn kinderen in Brussel leren fietsen, maar als ze alleen het verkeer in gaan, dan hou ik telkens mijn hart vast. Ik heb ook bedenkingen bij de cijfers waarop Smet prat gaat. Het aandeel fietsers in Brussel is de afgelopen vijf jaar gestegen van nul naar vijf procent? Daarmee is Brussel nog lang geen fietsstad. Vijf procent is nog veel te weinig om van een kritische massa te kunnen spreken.”

U zegt dus: er moeten overal gescheiden fietspaden komen.

Maes: “Zeker niet. In de meeste kleinere straten, waar een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur geldt, is dat niet nodig. Op andere plaatsen wel. In de Charles Woestelaan in Jette, bijvoorbeeld. Die wordt nu heraangelegd zonder gescheiden fietspad. Er komt alleen een grijze strook. Dat is een gemiste kans.”

In de Troonstraat wil Groen! ook een gescheiden fietspad. Dat betekent dat er veel parkeerplaatsen zullen sneuvelen.

Maes: “Ik ben de parkeerplekken die zullen verdwijnen, gaan tellen. Het zijn er inderdaad veel. Maar als we meer fietsers in de stad willen, dan zal de auto voor een stuk moeten wijken. Dat is in andere steden ook zo.”

Hebt u zelf een auto?

Maes: “Neen, maar ik heb wel een rijbewijs. En ik vind Cambio (autodelen, HUB/SVG) een schitterende uitvinding. Ik heb helemaal niets tegen auto’s en ik wil ook dat mijn kinderen leren rijden.”

Bent u voor een stadstol?

Maes: “Ja, maar op een intelligente manier. Ik vind dat de tol niet te hoog mag liggen, en je mag niet één groep – bijvoorbeeld alleen de pendelaars – treffen. Ook de Brusselaars, die meer dan zestig procent van het verkeer in de hoofdstad uitmaken, moeten meebetalen. En bepaalde categorieën moeten zwaarder belast worden. Zware vrachtwagens die van Vlaanderen naar Wallonië rijden, dwars door Brussel, moeten worden gebannen met een zwaardere tol.”

Sommigen zien logistiek als de economische activiteit van de toekomst voor Brussel. Is dat verstandig?

Maes: “Neen, Brussel heeft veel betere troeven. De creatieve industrie bijvoorbeeld, filmproductie, reclamebureaus. Een andere sector is de renovatie van het verouderde stadsweefsel. Daarvoor heb je hier in de stad ook een enorm potentieel aan arbeidskrachten.”

U denkt dus vooral aan gesubsidieerde sectoren?

Maes: “Nee, ik ben geen geitenwollensokkentype. Ik heb haast altijd in de privésector gewerkt en sta met beide voeten op de grond. In de creatieve sector kunnen genoeg commerciële initiatieven ontstaan.”

Het pollcomité van Groen! had u op de eerste plaats gezet voor de gewestverkiezingen, maar de leden beslisten er anders over en zetten u een plaats achteruit. Was u ontgoocheld?

Maes: “Ik was vooral verbaasd dat ze me op die eerste plaats gezet hadden. We gaan hoe dan ook voor twee zetels. In 2004 hadden we die bijna, en ook in 2007 behaalden we een goede score. En Ecolo doet het goed in de peilingen.”

Groen! zat in deze regeerperiode in de oppositie, Ecolo in de meerderheid. Heeft Groen! genoeg kunnen wegen op het beleid?

Maes: “Neen, maar Adelheid Byttebier stond er dan ook helemaal alleen voor. Naar haar wil ik dus zeker geen steen werpen.”

Als u de keuze hebt, gaat u dan voor meerderheid of oppositie?

Maes: “Ik kies resoluut voor de meerderheid. Zo zit ik in elkaar, ik wil iets kunnen realiseren, samen met SP.A en Ecolo. Ook met Open VLD en CD&V kan gepraat worden. Met Lijst Dedecker hebben we weinig raakpunten.”

Op lokaal vlak heeft u hard gewerkt aan de samenwerking tussen Groen! en Ecolo. Dat resulteerde in een gezamenlijke lijst. Is die samenwerking ook denkbaar op regionaal vlak?

Maes: “Zeker, we hebben nu al overleg en het blijkt dat we het maar over heel weinig punten oneens zijn. Een gezamenlijke lijst op gewestelijk vlak is niet mogelijk, maar dat betekent niet dat we vooraf niet kunnen praten. Als we in de regering komen, dan zal dit de samenwerking vergemakkelijken. Als we er niet in komen, weet Ecolo wat belangrijk is voor ons.”

Auteur: Bettina Hubo / Steven Van Garsse
Bron: Brussel Deze Week van 26 maart 2009