Het sportbeleidsplan 2011-2015, dat vandaag door de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie werd goedgekeurd, focust op de verschillende doelgroepen en samenwerkingen over de grenzen van de sector heen.

Ook de verwerving en het beheer van nieuwe sportinfrastructuur en een professionele omkadering behoren tot de nieuwe opdrachten. Naast een bovenlokale rol zal de VGC ook voor het eerst een lokale rol spelen. Bruno De Lille, bevoegd VGC-collegelid voor Sport: “Als Brussel sport, wint heel Brussel. Dat is de essentie van ons sportbeleid”.

De komst van het Vlaamse Sport voor Allen Decreet van 9 maart 2007 bracht heel wat verandering teweeg in het Brusselse sportlandschap. Dat nieuwe decreet voorziet een bedrag van 800.000 euro voor het Sport voor Allen beleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De helft van dat bedrag gaat rechtstreeks naar de VGC voor bovenlokale opdrachten. De andere helft is bestemd voor de Brusselse gemeenten voor lokale opdrachten, op basis van lokale gemeentelijke sportbeleidsplannen. Zowel de VGC als de gemeenten staan in voor de helft van de financiering van hun lokaal sportbeleid.

Geen enkele Brusselse gemeente voldeed echter aan de voorwaarden van het decreet: een Nederlandstalige sportraad, beleidsplan en sportcoördinator. Om die reden neemt de VGC zowel de bovenlokale als de plaatsvervangend lokale verantwoordelijkheid op zich.

Als bijkomende nieuwe opdracht kwam het beheer van sportinfrastructuur. Een opdracht die bij de geplande verwerving van eigen VGC-sportinfrastructuur en een verdere naschoolse openstelling van schoolsportinfrastructuur nog in omvang zal toenemen. Voorbeelden daarvan zijn de schoolsportinfrastructuur op de Nieuwlandsite in de Marollen en de uitgebreide sportinfrastructuur die dankzij de aankoop van de oude HUB-gebouwen in Koekelberg worden verwezenlijkt. “Het VGC-sportbeleid gaat verder werk maken van meer betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke sportinfrastructuur. Sporten is niet alleen gezond, het is ook een basisrecht voor iedereen”, aldus De Lille.

Centraal in het nieuwe beleidsplan 2011-2015 staat de keuze om ingeslagen wegen en genomen maatregelen te verdiepen. Daarbij wordt duidelijk gekozen voor een benadering op maat, afhankelijk van doelgroep, onderwerp en context. De wensen en behoeften die leven bij een divers doelpubliek, verschillende soorten organisaties en de specificiteit van bepaalde wijken staan daarbij centraal.

Om de verdieping van de maatregelen te realiseren zal er gewerkt worden aan een duurzame professionele omkadering. Zo zal ondermeer de eigen “sportzonewerking” en de Buurtsport verder worden uitgebouwd.

Daarnaast worden de lokale sportverenigingen kwalitatief ondersteund zowel op financieel, logistiek en informatief vlak als op het vlak van begeleiding en vorming. Bruno de Lille: “Speciale aandacht wil ik aan doorgroeiclubs schenken, want zij bieden het meeste garantie op levenslang sporten en hebben een belangrijke impact als pedagogisch en maatschappelijk draagvlak”.

Net zoals voor de totstandkoming zal het VGC-sportbeleid ook voor de realisatie van dit plan werken met advies- en inspraakorganen en via overleg- en samenwerkingsverbanden. Binnen het beleidsplan wordt dan ook de nadruk gelegd op de zogenaamde transversale samenwerkingen die de verschillende VGC-bevoegdheden doorkruisen. Er is dus een duidelijke ambitie om met andere sectoren in zee te gaan.

“Naast het naschools openstellen van schoolsportinfrastructuur gaan we ondermeer samenwerken met de jeugddienst in de ontwikkeling van een vakantieaanbod. Daarnaast zullen we ook een sportaanbod ontwikkelen binnen de gemeenschapscentra en het sociaal-cultureel werk”, aldus het bevoegde VGC-lid.