Persbericht Groen

De bloedige aanslag op de persvrijheid en de terreurdaden in Parijs waren een rechtstreekse aanval op een fundament van ons democratisch bestel. Elke vorm van geweld of oproepen tot geweld is voor Groen onaanvaardbaar. De bloedige aanslag op de persvrijheid en de terreurdaden in Parijs waren een rechtstreekse aanval op een fundament van ons democratisch bestel. Elke vorm van geweld of oproepen tot geweld is voor Groen onaanvaardbaar. Geweld is een grens die nooit mag overschreden worden. Groen stelde woensdag een Actieplan voor Veiligheid en verbondenheid voor.

“De reacties van miljoenen mensen zijn voor Groen een bron van hoop. De massale veroordelingen van het geweld tonen dat iedereen geraakt is, los van afkomst, religie of etniciteit. We merkten ook een positieve evolutie in debat, waarbij meer en meer genuanceerd gedacht wordt over dit complexe dossier en een relatief brede consensus ontstaat. Meer en meer mensen kiezen voor solidariteit en verbondenheid als antwoord op de pogingen tot vergroten van wantrouwen en polarisering in een wij-zij-verhaal”, verklaart Groen-voorzitster Meyrem Almaci woensdag op een persconferentie.

Voor Groen bestaat het antwoord op het geweld uit de combinatie van veiligheid en verbondenheid. In die zin heeft Groen de voorbije maanden in overleg met ervaringsdeskundigen een Actieplan uitgewerkt met zowel maatregelen op federaal, Vlaams als Brussels vlak.

“Het Actieplan bestaat uit een volledige ketting van essentiële schakels. Op elke schakel van de ‘radicaliseringsketen’ moet stevig ingezet worden. Enkel inzetten op één schakel zonder de andere, werkt niet. Veiligheid en verbondenheid moeten altijd samengaan”, licht Groen-Kamerlid Stefaan Van Hecke toe. Groen stelt daarom in alle parlementen dezelfde ketenbenadering voor, met een reeks schakels die altijd moeten samengenomen worden: een integraal veiligheidsbeleid, een gespecialiseerd beleid voor terugkeerders, de voedingsbodem voor radicalisering wegnemen, en een geloofwaardig Belgisch en Europees buitenlandbeleid.

Veiligheid voor de burgers is voor Groen de eerste prioriteit. Dat is de eerste schakel van het Actieplan. Alle burgers moeten beschermd worden tegen geweld. De terreurdaden geven aan dat gevaar van geweld door teruggekeerde Syrië-strijders een reëel risico is. Daarom moet de informatie-uitwisseling tussen veiligheids- en inlichtingendiensten, Binnenlandse Zaken, regionale en lokale besturen beter gebeuren. “Als de hervorming en de versterking van Nationale Veiligheidsraad kan leiden tot een meer integrale en gecoördineerde aanpak, zal Groen ze steunen”, zegt Stefaan Van Hecke.

De politie moet de rekruterende netwerken opsporen en ontmantelen. Justitie moet prioriteit geven aan strafrechtelijke vervolging van haat zaaien en oproepen tot geweld. Groen vindt dat oorlogsvoering, criminele of mensonterende praktijken in elk buitenlands conflict strafbaar moeten zijn, zonder selectief te zijn over de kant die in dat conflict werd gekozen. In de gevangenissen moeten ‘disengagement-programma’s opgezet worden en moet er nagedacht worden over een plaatsingsbeleid voor beïnvloedbare gedetineerden. De strijd tegen discriminatie, racisme en islamofobie moet opgevoerd worden.

De tweede schakel van het Actieplan is een gespecialiseerd beleid voor terugkeerders, waarbij eerstelijnswerkers die met jongeren werken training krijgen en individuele programma’s naar het Duitse ‘Hayat’-voorbeeld worden opgezet. Hayat voorziet in een 24 uurs-ondersteuning voor families die met radicaliserende jongeren te maken hebben.

Derde schakel is het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering. De kraan van Belgische jongeren die naar Syrië vertrekken moet dicht. “Voorkomen is beter dan genezen. Preventie is niet ‘soft’, het is juist essentieel om resultaat te boeken. Voor Groen moeten de Vlaamse en Brusselse regeringen dan ook actie ondernemen”, verklaart Vlaams parlementslid Elisabeth Meuleman: “Onderwijs heeft een sleutelrol: structurele bruggen tussen welzijnswerk, de jeugdsector en onderwijs moeten de voedingsbodem voor radicalisering prioritair aanpakken. Daar moeten de leraren en jeugdwerkers vorming voor krijgen”. De regering moet de wachtlijsten in de jeugdzorg dringend inkorten. Jongeren die mogelijk vatbaar zijn voor radicalisering moeten zo snel mogelijk terug het gevoel krijgen erbij te horen. Jongerenbanenplannen moeten de jongeren perspectief bieden op een job.

“De overheden moeten zich daarbij opstellen als een bondgenoot van de mensen (familieleden, vrienden, collega’s) die met lede ogen een jongere zien radicaliseren en steun zoeken om de neerwaartse spiraal te stoppen”, verklaart Brussels parlementslid Annemie Maes. De Vlaamse en Brusselse regeringen moeten werk maken van een vertrouwensrelatie tussen overheidsinstellingen en etnische-culturele minderheden, de moslimgemeenschap ondersteunen via de uitbreiding van de imamopleiding.

Groen stelt tenslotte voor dat bekeken wordt hoe vreedzame emancipatiebewegingen van moslimjongeren een breder platform kunnen krijgen. Positieve “tegen-verhalen”, initiatieven van ouders en jongeren die zich van IS afkeerden of effectief gederadicaliseerd zijn, met voorbeelden die wel werken helpt de zaken in breder perspectief te plaatsen. Een kenniscentrum rond radicalisering en polarisering vormt het sluitstuk van het actieplan voor wegnemen van voedingsbodems voor radicalisering.

De vierde en laatste schakel is een geloofwaardig Belgisch en Europees buitenlandbeleid dat de sponsors van IS of andere extremistische islamitische groeperingen veroordeelt en droog legt, meer vluchtelingen uit Irak en Syrië tijdelijk beschermt, met inbegrip van de yezidi’s, en een einde maakt aan het ontbreken van sancties tegenover schendingen van de mensenrechten door ‘bondgenoten’ zoals de Golfstaten en Israël. Tenslotte moet de wapenhandel naar conflictgebieden effectief aan banden worden gelegd.

Met dit Actieplan voor veiligheid en verbondenheid wil Groen een voorstel doen om de problematiek integraal aan te pakken. Groen steekt de hand uit naar de andere democratische partijen en bondgenoten om over de grenzen van meerderheid en oppositie oplossingen uit te werken. Dit is het moment om te tonen hoe sterk onze democratie is.